Archive for april, 2009

Wat schrijft links?

30/04/2009

Uitgave april 2009

In de rubriek “Wat schrijft links?” neemt Meld Links Geweld! de ontwikkelingen binnen extreem- en populistisch links onder de loep. In hun obscure blaadjes komt de ware aard van de fanatici naar boven. Haat tegen Nederlanders, christenen en heidenen voert de boventoon. Daarbij geven extreemlinkse publicaties een aardig kijkje in het verknipte leven van menig roodhemd: onderlinge ruzies zijn aan de orde van de dag. Hoe dan ook, aan het blaadjesfront is beweging genoeg.

Nummer 1 van 2009 van het populaire antifascistische roddelblaadje Alert is weer van hand tot hand gegaan. Is er iets nieuws dan? Nee, net als in de vorige nummers worden auteursrechten geschonden, worden geweld en intimidatie tegen andersdenkenden verheerlijkt, worden feiten verdraaid en zijn de commentaren lachwekkend. Wat maakt de Alert dan zo leuk om te lezen? Welnu het leest lekker weg en er staan foto’s in van bekenden en onbekenden. De blanke redactie van het “antifascistisch vakblad” Alert heeft ook in dit nummer weer diep geput uit de illegale bestanden van de Utrechtse KAFKA-oprichter Hans Christiaan van Drunen (1963). Tussen de vele wob-procedures (Wet openbaarheid van bestuur) vindt hij samen met het in wapens geïnteresseerde Jeroen Hanenbergh tijd om de archieven bij te houden. Dat deze niet altijd nauwkeurig zijn doet voor hem niet ter zake. Dat Van Drunen mogelijk weet dat het niet helemaal in de haak is wat hij doet blijkt wel uit zijn gedrag. Buurtbewoners (met wie hij overigens weinig contact heeft) zien de altijd op zijn hoede zijnde jurist regelmatig schichtig door de luxaflex van zijn raam loeren. Van Drunen woont in een smoezelig huis in een van de laatste relatief blanke buurten van Utrecht. Menig carrière is verwoest en menig nationalist is bedreigt door informatie vanaf dit adres.

Deze Alert besteed veel aandacht aan Fenris Postorder. Kunst en cultuur worden duidelijk niet geduld door de staatsknechten van de Antifascistische actie (AFA). Staan op AFA-benefietconcerten de teksten vol van haat tegen alles wat anders denkt, democratisch is en vooral niet communistisch, de AFA heeft moeite met de verkoop van sommige straalplaten van Fenris. Steevast worden ze in de hoek van racisme en xenofobie geplaatst. De oortjes van schrijver van het artikel, “John Postma”, zullen wel pijn doen na het luisteren van al deze geluidsdragers. Eigen schuld. Zelfs wij luisteren niet naar die herrie, laat onverlet dat we wel van mening zijn dat vrijheid van meningsuiting ook geldt voor (muziek)kunstenaars. Voor ons geen boek- en plaatverbrandingen waar Postma op aanstuurt.

De gewelddadige AFA geeft nogal hoog op van zichzelf. De jalousie druipt eraf in een artikel over de Voorpostdemonstratie tegen drugs in Maastricht op 1 maart 2009. Om te beginnen verdubbeld de AFA hun eigen opkomst, ten tweede staat het artikel bol van onzin en met name insinuaties. Dat de tegendemonstratie van de AFA totaal mislukt was wil er blijkbaar niet in bij de schrijver van dit artikel. Dat is op zich niet zo verwonderlijk om de schrijver van dit artikel Aafke Broekhuis is. En zoals eerder vermeld is dit de alter ego van de Hagenees Tim Vlaarbeek, alias Sven Driessen. En dat was nu juist weer de woordvoerder van de tegendemo. Kritiek op zichzelf zal hij inderdaad niet zo snel geven. In het artikel wordt o.a. ingegaan op de vermeende aanwezigheid van enkele NSA-activisten in de omgeving van de demo. De AFA kan het weer niet laten om proberen te stoken tussen verschillende groeperingen door van alles te suggereren. Een tactiek die de laatste tijd vaker wordt gebruikt, suggesties in blaadjes, op linkse en rechtse fora en in valse e-postberichten.
Ondanks het zeikerige toontje van het artikel is de AFA toch bang dat Voorpost te positief in het nieuws komt. Zo hebben ze het internetadres, www.voorpost.org, afgeplakt op een prominent geplaatste foto. Dit werkt misschien voor de domme doelgroep van Alert, niet voor de feitelijke lezers. Censuur zijn we wel gewend van de linkse jongens en meisjes (?),
Over het vele geweld van de kant van de AFA wordt uiteraard gezwegen. Dat KAFKA-fotografen niet zo onschuldig zijn als ze eruit zien blijkt wel uit het feit dat één van de fotografen tevens één van de aanvallers was van een actie van dierenrechtenactivisten in Katwijk. Een van de dierenvrienden moest zich laten behandelen voor een schedelbasisfractuur. We zijn benieuwd wat voor verhaal hierover in de volgende Alert staat. We wachten rustig af, daarna zullen we nog wat beeldmateriaal publiceren.

...niet zo onschuldig als ze eruit zien...

...niet zo onschuldig als ze eruit zien...

Job Polak schrijft over een tegendemonstratie in Dresden. Maar liefst twee pagina’s schrijft hij over de bonte mix van wel (!) dertig activisten die de lange reis naar Dresden maakten. Het verslag leest als een schoolreisje van hitsige pubers door een hoerenbuurt, ware niet dat het ware gezicht van Polak hier naar voren komt. Job “klop” Polak beklaagt zich over het feit dat ze ontdaan werden van schoenen met te harde neuzen en “vervolgens zonder pardon op hun sokken door de sneeuw naar de dichtstbijzijnde winkel gestuurd om gympjes te kopen”. Helden op sokken zoals wij dat noemen. Vervolgens verhaalt hij opgewonden hoe het tot gevechten kwam met de “bullen” en gepantserde handschoenen van de politie het recht toepasten. Dit uitje van, met name, Amsterdamse krakers-antifascisten was natuurlijk heel wat spannender dan het geweld in groepsverband tegen concertgangers van Parkpop in Den Haag waar Job “klop” voor is aangehouden.

Job Polak ...op sokken door de sneeuw...

Job Polak ...op sokken door de sneeuw...

Uiteraard wordt ook aandacht besteed aan de NVU-demo in Amersfoort van 21 februari. De Alert verhaalt vol trots over de “honderden boze Amersfoorters” die de NVU-demo zouden verstoren. Nu heeft de Alert wel vaker moeite met tellen, daarnaast gaat de Alert eraan voorbij dat de AFA wel vaker “derden” inschakelt om het vuile werk op te knappen. Zo schreef de AIVD in het onlangs verschenen jaarverslag 2008 dat “AFA organiseert, met name bij manifestaties van de Nederlandse Volks-Unie (NVU), een (gewelddadige) tegendemonstratie en laat deze vervolgens uitvoeren door derden zoals lokale antifascisten, op rellen beluste jongeren en voetbalhooligans.” Zo ook nu in Amersfoort dus. En ook een week later bij de Voorpostdemo in Maastricht.

Zoals in elke nummer gaat ook nu de aandacht van de redactie uit naar Hitler. Waar zou de AFA toch zijn zonder deze oude bromsnor. Ons inziens leeft hij alleen nog voort in de harten van de AFA-jongetjes. Met de niets verhullende kop “Treblinka is een grote leugen” gaat het obscure blaadje weer eens in op een complottheorie en is er in de boekbespreking ruimte voor een bespreking van een boek met ome snor prominent op de kaft. Eng volk die antifascisten.

Het artikel “Wat schrijft rechts” heeft weer een hoge zuurgraad. Dat is niet verwonderlijk, het artikel is namelijk geschreven door Arjan Pont die nu weer eens onder de naam Gerrit de Wit schrijft. Arjan is ook regelmatig te zien bij demonstraties als fotograaf van nationalistische jonge jongens. Voor het laatst nog in Maastricht. Daar viel ons overigens op dat Arjan er steeds slechter gaat uitzien. Heeft hij niet zoveel zin meer in het leven?

Arjan Pont ...geen zin meer in het leven...

Arjan Pont ...geen zin meer in het leven...

Alsof je met constipatie op de pot zit en een roddelblad nodig hebt om lekker te kunnen ontspannen. Al met al is ook deze Alert weer een grappig nummer. Van Drunen, ga zo door! Vermaak ons met je onzin en vergooi je leven door altijd maar met anderen bezig te zijn! Voor wie in het achterhoofd houdt dat ook deze Alert vol staat met onzin, leugens en insinuaties zeer geschikt om in de kroeg rond te laten gaan en vervolgens je voeten eraan af te vegen. Het geeft in ieder geval genoeg gesprekstof.

Timo Desse is medewerker van De Leugen van de Antifascist

Advertenties

AIVD: AFA is extremistisch en overschrijdt de grens van de democratische rechtsorde.

21/04/2009

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft het jaarverslag 2008 uitgebracht. Naast de overige aandachtsgebieden besteed de inlichtingendienst weer aandacht aan links-, rechts- en dierenextremisme.

De AIVD hanteert verschillende benamingen voor hun onderzoekssubject. “De AIVD hanteert in de duiding van onderzoeksonderwerpen de termen ‘extreem’ en ‘extremistisch’. Met de aanduiding ‘extreem’ worden daarbij personen en groeperingen bedoeld die opereren op de grens van, maar nog steeds binnen het bestaande politieke spectrum en de grenzen van de democratische rechtsorde. De toevoeging ‘extremistisch’ duidt op een beweging die over die grens gaat waarbij men bijvoorbeeld geweld toepast om doelen te realiseren of zich bedient van haatzaaiende teksten.” Opvallend in het verslag van 2008 is dat de AIVD de Antifascistische Actie (AFA) extremistisch noemt. Met deze aanduiding erkent ook de inlichtingendienst dat de AFA de grens van het toelaatbare overschrijdt en dat de AFA ook vanuit de overheid als gewelddadig wordt beschouwd.

De toenemende belangstelling van de AIVD voor de gewelddadige AFA blijkt ook dit jaar uit de publicatie. Enkele citaten:

Over het antifascisme:
Het Kollektief Anti Fascistisch en Kapitalistisch Archief (KAFKA) verricht onderzoek naar rechts-extremisten, legt gegevensbestanden over hen aan en stelt informatie beschikbaar aan antifascisten die de directe confrontatie met rechts zoeken.” De AIVD legt hier terecht een link tussen het obscure KAFKA en de gewelddadige AFA. Er is namelijk een grote personele en informatieve uitwisseling tussen beiden organisaties. Zo is de in wapens geïnteresseerde Jeroen Hanenbergh, die samen met de Utrechter Hans van Drunen de ruggengraat van KAFKA vormt, ook actief als woordvoerder voor de AFA.

De voornaamste groepering is de Antifascistische Actie (AFA). AFA beschikt over afdelingen in het gehele land en heeft ondersteuning vanuit een Landelijk Secretariaat. AFA houdt vast aan het motto: ‘Hou rechts van straat!’ en probeert dit te bereiken door onder meer het beïnvloeden van lokale autoriteiten en, deels op intimiderende wijze, van zaaleigenaren die met extreemrechtse groeperingen in zee willen gaan. In enkele gevallen was sprake van mishandeling en beroving van (vermeende) extreemrechtse personen” De AIVD wijst hier mogelijk op onder andere de mishandeling van een bezoeker van Parkpop in Den Haag door Amsterdamse AFA-leden, onder andere Job Polak.

AFA organiseert, met name bij manifestaties van de Nederlandse Volks-Unie (NVU), een (gewelddadige) tegendemonstratie en laat deze vervolgens uitvoeren door derden zoals lokale antifascisten, op rellen beluste jongeren en voetbalhooligans.AFA heeft contacten met buitenlandse geestverwanten, met name uit Duitsland.” De trend van de AFA is hierboven duidelijk weegegeven. Een trend die al enkele jaren zichtbaar werd, maar die vooral in de eerste maanden van 2009 al tot volle uiting kwam. Op 21 februari organiseerde de NVU een demonstratie in Amersfoort. De AFA, die met steeds meer moeite eigen mensen op de been kan krijgen, stookte buurtwoners en lokale politieke partijen op een actie te ondernemen. Daarnaast beschadigden enkele AFA-leden een busje van NVU-demonstranten. Op 1 maart hield Voorpost een demonstratie in Maastricht. Hier maakte de AFA het nog bonter. Naast het nodige gestook onder lokale jongeren trachten ze hooligans van diverse voetbalclubs voor hun karretje te spannen, deels met succes. Overigens lukt het de AFA slechts om voornamelijk Ajax-hooligans in te zetten. Gelukkig voor de openbare orde moeten veel andere clubleden niets van het AFA-Ajax-geweld hebben.

Over en weer worden ideeën uitgewisseld, manifestaties bezocht en soms wordt ook deelgenomen aan gewelddadige confrontaties met extreemrechts. Vaak wordt het beeld opgeroepen dat antifascisten zich verdedigen tegen agressieve rechts-extremisten terwijl de rollen meestal omgekeerd zijn.” Recent bleek dit maar weer toen AFA-leden een manifestatie van dierenrechtenactivisten aanvielen in Katwijk waarbij een jongen een schedelbasisfractuur opliep. Aanvankelijk verklaarde men via het extremistenforum Indymedia dat de dierenrechtenactivisten de AFA-leden aanvielen. Een filmpje van het geweld van de AFA-leden liet een heel ander verhaal zien. Ook nu was de AFA de oorzaak van het geweld. Wat zochten ze daar überhaupt?

In 2008 is door een rechterlijke uitspraak (voor de eerste maal) bevestigd dat AFA de agressor was bij een links-rechtsconfrontatie (Uitgeest, februari 2007). Onduidelijk is nog welke consequenties dit heeft voor de activiteiten van antifascisten.” In 2007 viel de AFA een bijeenkomst van de Nationalistische Volksbeweging (NVB) aan. Enkele bezoekers verdedigden zich tegen het geweld, maar werden desalniettemin veroordeeld.

AFA-lid maakt zich klaar voor de aanval in Uitgeest

AFA-lid maakt zich klaar voor de aanval in Uitgeest

Verzet tegen asiel- en vreemdelingenbeleid
Activisten die zich verzetten tegen het vigerende asiel- en vreemdelingenbeleid maakten in 2008 in toenemende mate gebruik van de modus operandi van anti-imperialisten uit de jaren tachtig en de huidige dierenrechtenactivisten, zoals ‘naming and shaming’. Zij deden dit door (te dreigen om) de namen en adressen te publiceren van personen en instellingen die op enigerlei wijze betrokken zijn bij de detentie van deze asielzoekers. Hierbij werd gedreigd met en opgeroepen tot acties, bijvoorbeeld bij personen thuis. Tegenstanders van het asielbeleid voeren radicale acties meestal onder een gelegenheidsnaam uit. De AIVD is, mede via de Regionale Inlichtingendiensten, in contact getreden met een aantal (potentiële) doelwitten en overkoepelende organisaties om deze in te lichten over mogelijk te verwachten activiteiten
.” Een zorgelijke ontwikkeling in de links-extremistische kringen is het toenemende gebruik van geweld. De antifascisten hanteren al tientallen jaren geweld als succesvol actiemiddel. Dierenrechtenextremisten hebben deze methode overgenomen. Nu dreigen ook pro-vreemdelingenextremisten zich met het geweld in te laten. Er zijn signalen dat ook geradicaliseerde AFA-leden overwegen over te gaan tot harde actie. Te denken valt onder meer aan acties zoals in Kedichem in 1986 waar bij een aanslag van antifascisten een zwaargewonde en indirect een dode viel.

AFA valt dierenrechtenactivisten aan

07/04/2009

De nationalistische dierenrechtengroep Met de Dieren tegen de Beesten (MDTB) voerde op 7 april 2009 actie bij circus Moskou-Holiday in Katwijk. Er werden aardig wat folders verspreid en de pers was met drie man aanwezig om foto’s te maken en een vraaggesprek af te nemen.

Tegen kwart voor zeven kwam een groep van twintig gemaskerde antifascisten hun steun aan dierenmishandelaars tonen, tenminste dat lijkt de enige reden dat ze de MDTB-aktivisten wilden weghebben. Toen de MDTB’ers lieten weten niet weg te gaan gingen de stalinisten over tot hun intolerante, fascistische gedrag en vielen de acht MDTB’ers aan. De nationalistische dierenrechtenactivisten verdedigden zich tegen het antifascistische geweld. MDTB bleef staan totdat een tweetal agenten de overmacht aan stalinisten op de loop joeg. Een 19-jarige antifascist uit Rotterdam is aangehouden met een tas vol stenen. Aan beide zijden vielen gewonden, maar wederom hebben nationalisten aangetoond dat zij niet wijken voor straatgeweld van antifascistisch geweld.

Aanvaller 1

Aanvaller 1

Aanvaller 2

Aanvaller 2

Aanvaller 3

Aanvaller 3

Aanvaller 4

Aanvaller 4

Daan uit Utrecht

Aanvaller 5

Zie ook de beelden.

De ondraaglijke lichtheid van het zgn. antifascistisch discours

02/04/2009

Door Peter LOGGHE

Voor De Standaard der Letteren van 7 augustus 2003 vat G. Van den Berghe het boek van Peter Godman over de katholieke inquisitie samen, en heeft het daarin in volgende bewoordingen over de heren inquisitoren : “Daaruit blijkt dat in zijn ogen de wereld werd beheerst door de strijd tussen goed en kwaad, en dat de Kerk en haar vertegenwoordigers die twee polen feilloos van elkaar konden onderscheiden. De kerkelijke elite voelde zich hoog verheven boven de “eenvoudigen en ongeletterden” (simplices et idiotae), die ze moesten leiden, onderrichten en behoeden voor foute interpretaties van de bijbel”. En verder : “(Ze) zagen het katholicisme als een belegerde vesting die ze uit alle macht moesten verdedigen. De waarheid was één en ondeelbaar, en werd vastgelegd door de Kerk. Alles wat daarvan afweek was ketterij, verraad aan God, majesteitsschennis”. En tenslotte : “De congregatie werkte ongecoördineerd en chaotisch. Het ene lid verbood wat het andere gedoogde. Enkelen bezaten de geestelijke souplesse en intellectuele scherpte om subtiele overwegingen te maken maar de meesten konden alleen de hakbijl hanteren”.

Godman, die Van den Berghe bespreekt, heeft het, zoals gezegd, over de inquisitie. Nu is het allang bon ton om in de katholieke pers de katholieke inquisitie te veroordelen, enige moed is hiertoe niet meer vereist, onze kranten lopen daarmee geen enkel risico, integendeel, vanuit bepaalde vrijzinnige hoek kunnen ze zelfs handgeklap en schouderklopjes ontvangen. Maar het vergt véél meer moed om dezelfde toon aan te slaan tegen de zgn. antifascistische inquisitie. Want, geachte lezers, vervangt u de woorden “God” door “Marx”, “Kerk” door “het stalinistisch communisme”, “ketters” door “fascisten”, en “(ze)” en “kerkelijke elite” door de “antifascisten” en u leest deze tekst als een treffende beschrijving van het zgn. antifascistisch kamp. In België, in Nederland, Duitsland, Frankrijk, in gans Europa.

De tactiek van het zgn. antifascistisch kamp is heel duidelijk : alles wat afwijkt van het dogmatisch marxisme wordt – in een geleidelijk proces weliswaar – gelijkgeschakeld met het verfoeilijke “fascisme”, te beginnen met wat men gespierd rechts zou kunnen noemen en eindigend bij allerlei rechtsliberale en conservatief-christelijke groepjes en clubjes. Althans, voor zover men hen hun gangen laat gaan. . De methoden zijn gekend : criminalisering, stigmatisering van andersdenkenden. Niet alleen de politieke en culturele uitingen van “andersdenken” moeten worden verboden, maar zelfs de gedachten, zelfs het politiek denken moet worden gestroomlijnd, zodat afwijkingen van de zuivere leer zelfs niet meer kunnen worden gedacht. Hier is al een tijdje aan de gang, wat ook in Duitsland – en dan vooral in het Bundesland Nordrhein-Westpfalen – met het begrip “nieuw rechts” aan de gang is. “Fascisme, zoals nieuw rechts, schrijft Dieter Stein in de uitgave 30 (van 3 tot 18 juli) van 2003 van het conservatieve weekblad Junge Freiheit, is een kauwgom, waar letterlijk alles kan worden ondergebracht, wat ook maar enigszins bedreigend voor de ingenomen machtspositie kan zijn”. Hij denkt dan aan “de inzichten van Amerikaanse communautaristen over sociale verbanden, de ideeën van de Britse adel over de Franse revolutie, Franse Gaullisten die nadenken over soevereiniteit en Deense rechtse liberalen over het migratieprobleem”. Wij kunnen hieraan toevoegen : De inzichten van Vlaams-nationalisten over Vlaamse onafhankelijkheid en hoe die te behalen op korte of middellange termijn. Dit alles vatten de heren zgn. antifascisten allemaal onder de hoed “rechts-extreem”, dus fascistisch en moet bestreden of verboden worden. De bedoeling is voor hoofdredacteur Stein duidelijk : rechtsintellectuele en conservatieve stromingen het etiket “rechts-extreem” opkleven, zodat men de gedachten kan verbieden, zonder de feitelijke discussie te moeten aangaan. Een zeer comfortabele positie : zo kunnen ze elk debat weigeren, want het gaat toch maar om “fascisten”.

Mark Grammens schrijft in Journaal nr. 341 van 17 mei 2001 kort, bondig maar daarom niet minder correct : “Men kan in een democratie geen mensen diskwalificeren omdat ze andere ideeën aanhangen”. Het gedachtemisdrijf is in wezen een kenmerk van totalitaire regimes, en hoort dus niet thuis in een echte democratie. Maar wat is er aan democratie overgebleven als bepaalde prominente leden van de zgn. progressieve pers – let wel : zonder dat ze hierop door andere weldenkenden worden aangesproken – kunnen schrijven : “De kiezer heeft altijd gelijk, luidt een mooi democratisch axioma, ik ben het daar niet langer mee eens” (Yves Desmet in De Morgen van 14 oktober 2000) ? Dit lijkt toch wel op een eerste aardige paradox in het zgn. antifascistisch discours : het aanwenden van fascistische methoden om een zgn. antifascistisch, maar in wezen totalitair regime te vestigen. De kaste van hogepriesters is al gewijd, nu alleen nog het volk vinden om de kerk te vullen. En dan is de vergelijking tussen zgn. antifascisten en de inquisitie toch al zo moeilijk niet meer, of vergis ik mij ?

Waar komt dit antifascisme vandaan ? Als je onderzoekt wie allemaal met dit scheldwoord wordt belaagd, Britse conservatieven, Vlaamse separatisten, Deense antifiscalisten, dan kan je niet om deze tweede paradox van het zgn. antifascistisch discours heen : het is een inhoudsloos woord geworden. En de geschiedenis van het zgn. antifascisme schetst dezelfde, gewaardeerde Mark Grammens in zijn Journaal als volgt in (pag. 2779) : “Ervan uitgaande dat het fascisme van alle Europese diktaturen uit de eerste helft van de 20e eeuw waarschijnlijk de zachtaardigste was – en zelfs, samen met de diktatuur van Franco in Spanje, niet eens racistisch – vanwaar komt dan de omzetting van het begrip “fascisme” in een scheldwoord ? Dit is het gevolg van weer zo’n taboe in onze geschiedschrijving, namelijk het door Stalin via de Komintern aan zijn volgelingen in de wereld in de dertiger jaren gegeven bevel om hun pijlen niet te richten op het nationaal-socialisme, maar wel het “fascisme” tot enige en absolute vijand te maken. Was de reden hiervoor dat Stalin reeds met de gedachte van een bondgenootschap met het nationaal-socialisme speelde (het Ribbentrop-Molotov pakt van 1939) ? Neen, volgens de beschikbare gegevens was het alleen maar zijn vermoedelijk wel terechte vrees dat “nationaal-socialisme” door de opinie beschouwd kon worden als “socialisme” en dat aanvallen op dat regime dus onrechtstreeks en wellicht ten dele onbewust zijn socialisme konden benadelen. “Fascisme”, hoewel eveneens voortgekomen uit het socialisme, bevatte voor het dom gehouden volk die samenhang niet. Wie dus vandaag zijn tegenstander “fascist” noemt, terwijl die tegenstander geen Italiaan is, geen voorstander van een “corporatistische” staat, en geen andere specifieke denkbeelden van het fascisme aanhangt, – misschien zelfs, in tegenstelling tot de echte fascisten, racistisch is – is in wezen een stalinist : hij voert postuum de bevelen van Stalin uit.”

Natuurlijk moet men ook de slotformulering van Mark Grammens die het gebruik van het scheldwoord “fascisme” in de Vlaams-Belgische politiek een absurditeit noemt, volledig onderschrijven. Vermeende racisten als “fascisten” uitspuwen is stupied, lachwekkend wordt het als men Vlaamse separatisten eveneens met het scheldwoord “fascisten” bedenkt. Vlaamse separatisten streven naar het uiteenvallen van België, en Italiaanse fascisten streefden juist het tegenovergestelde na. In dit verband kan men het scheldwoord “fascisme” het best toepassen op de Groenen van Agalev en Ecolo en op de gehele Belgische intelligentsia die de lof en grootheid van het Belgische vaderland bezingt.

U heeft het al begrepen, lezer, fascisme is een scheldwoord geworden. In België dient dit scheldwoord als cement, als bindmiddel in een toch wel zeer vreemde coalitie van zeer tegenstrijdige krachten, maar die één zaak gemeen hebben : het heropleven en het voortbestaan van het Nederlands volksdeel, dat men Vlaanderen heet, bestrijden. Dit andere Vlaanderen bezit een oud vrijbuitersmentaliteit, is koppig en wil niet weten van allerlei opgelegde dogma’s. Des te erger voor dit Vlaanderen!

Maar we moeten onze blik niet eens verengen tot Vlaanderen om dezelfde strategie, dezelfde tactiek waar te nemen om elke conservatief, elke identitaire stroming te criminaliseren en te stigmatiseren. Dit is een Europese strategie. En dan is het verdraaid nuttig naar Europese figuren te kunnen verwijzen, die het voorgekauwde dogmatisch-marxistisch schema door elkaar hebben gehaald. Ik roep graag enkele getuigen à décharge op, figuren van Europees niveau. Zij hebben het zgn. antifascistisch spelletje grondig dooreen gehaald, en het past daarom even bij hen stil te staan.

EERSTE GETUIGE à décharge : Armin Mohler, de puzzellegger, de regenfluiter

Armin Mohler, ver buiten de Duitse staatsgrenzen bekend als auteur van het standaardwerk over de conservatieve revolutie (Die konservative Revolution in Deutschland 1918-1932 – Ein Handbuch) stierf op 4 juli 2003. Geboren in Basel (Zwitserland) in 1920 was hij in zijn jeugd duidelijk links georiënteerd. Hij onderging ook invloeden van Spengler, Nietzsche, Jünger. Even papte hij aan met het nationaal-socialisme en ging zelfs clandestien de grens over om in de Waffen-SS dienst te nemen, plan dat echter niet doorging. Ook werd hem heel snel de tegenstelling duidelijk tussen het nationaal-socialistisch apparaat en zijn conservatief-revolutionaire idealistische voorstellingen. Dan maar van het ongemak een deugd gemaakt : hij studeerde uiteindelijk af bij de professoren Karl Jaspers en Herman Schumacher over de conservatieve revolutie.

Eigenlijk moeten wij Armin Mohler enorm erkentelijk zijn : het begrip conservatieve revolutie werd door hem succesvol gelanceerd en blijft als begrip tot op vandaag overeind. Volgens Stephan Breuer is Mohler op die manier verantwoordelijk voor dit succesvolle begrip dat het ook in wetenschappelijke kringen heeft gemaakt. Het is ironisch dat deze term, die nu vaak door de hogepriesters van het zgn. antifascistisch geloof wordt verbonden aan het fascisme, juist door Armin Mohler werd geponeerd om duidelijk te maken dat er duidelijke verschillen bestonden tussen de conservatief-rechtse en/of jong-nationalistische krachten in het tussenoorlogse Duitsland en het aanstormende nationaal-socialisme en dat, als er van overlappingen tussen beide “kampen” kan worden gesproken, deze verbindingen zeker en misschien uitgebreider bestonden tussen andere politieke krachten (sociaal-democraten, liberalen, etc.) en het nationaal-socialisme.

Mohler omschreef het heterogene gezelschap van jongconservatieven, Völkischen, nationaal-revolutionairen, Bündischen en Landvolkbewegung als Konservative Revolution en zag hun eenheid in de strijd tegen de liberale decadentie en de universalistische tendensen van het moderne. Karl Heinz Weissmann herhaalt Armin Mohler in Junge Freiheit als hij schrijft : “Voor de Achsenzeit was het conservatief streven gericht op het verleden, daarna op de toekomst. Voordien is het erop geconcentreerd het overgeleverde te bewaren, of zelfs de verloren gegane toestand te herstellen. De Achsenzeit is voor de conservatief een tijd van ontnuchtering. Hij ziet dat bepaalde groepen een status quo hebben geschapen, die voor hen niet acceptabel is, en dat vroegere toestanden niet meer herstelbaar zijn. Zijn blik wendt zich voorwaarts”.

Onder invloed van de historicus Zeev Sternhell zou Armin Mohler iets later tot het besluit komen dat niet de Eerste Wereldoorlog of de bolsjewistische revolutie het echte lontmoment geweest waren voor de conservatieve revolutie, maar wel het feit dat het wegvallen van de toepasbaarheid van de termen “links” en “rechts” bij veel mensen voor reacties had gezorgd, en zij hierna stellingen begonnen te nemen die nu eens “links” en dan weer “rechts” waren. Men kan het ook anders omschrijven : ontgoochelden van links en rechts vonden zich in nieuwe positioneringen, die Zeev Sternhell als “fascisme” omschreef en Mohler juister als “konservatieve revolutie” bepaalt. Mohler doorstak het ballonnetje van rechts = conservatief = fascisme.

Laten wij Mohler echter niet de geschiedenis ingaan als alleen maar de auteur van een razend interessant handboek. Hij was secretaris van Ernst Jünger tot 1953 en als journalist voor enkele Zwitserse en Duitse dagbladen actief in Parijs. In 1961 leidde hij de Carl Friedrich von Siemensstiftung (tot 1981), een culturele kring met enorme uitstraling. Uit zijn Franse tijd hield hij een oprechte bewondering over voor het Gaullisme en hij probeerde vruchteloos de waarde van dit buitenlandse voorbeeld in de Duitse pers te brengen. Hij ging zwaar te keer tegen de Vergangenheitsbewältigung in Duitsland en stelde de onbehoorlijke vraag waartoe ze moest dienen. (Was die Deutschen fürchten en Der Nasenring behandelen dit thema uitvoerig). Mohler wees met scherpe pen op het soevereiniteitsdeficit en schaamde zich er niet voor uit te halen naar de VSA, zijn voornaamste vijand. Hij was niet in de eerste plaats anticommunist, wat hem onderscheidde van zovele (bange) Duitse conservatieven. Vijandschappen legde hij slechts na lang wikken en wegen vast, als we Karl Heinz Weissmann mogen geloven. Links viel hij aan niet omwille van haar neomarxisme, maar “wel omwille van haar steriliteit, haar neiging om de heropvoeding (van de Duitsers, red.) verder te zetten en haar hedonisme die elke cultuurscheppende ascese kapot maakt”.

Armin Mohler hield niet erg van het woord conservatief, omdat iedereen wel iets wil behouden of bewaren. Hij vond meer inhoud in rechts : rechts wil niet conserveren, het gaat er in werkelijkheid om toestanden te creëren, nieuw te creëren, waarvan het loont ze te bewaren.

Zijn laatste grote omslag kwam er met de Franse Nouvelle Droite (en hier kan misschien ook even opgemerkt dat Armin Mohler de Deltastichting en TekoS heeft gekend – ik verwijs naar het afscheidsartikel van Luc Pauwels in het ledenblad van de Delta-Stichting). Eén van de zaken die hem op filosofisch vlak verbond met de (toen) jonge Fransman Alain de Benoist was het nominalisme, waarover in TEKOS nummer 109 in vertaling een bijdrage werd afgedrukt. Nominalisme, een begrip en een inhoud die zoveel conservatieven irriteerden – zoals Mohler ook op andere manieren op conservatieven kon inhakken en hen irriteren : het onburgerlijke, ja zelfs het antiburgerlijke bij Mohler, zijn vitaliteit, zijn capaciteit om te begeesteren, zijn scherp oordeel en soms té scherp woord. Links of rechts : het kon Mohler eigenlijk niet veel schelen, als ze hun ding maar goed verdedigden.

Mohler heeft zijn droom, een professoraat politieke wetenschappen opnemen, nooit kunnen waarmaken. Veel uitgeverijen sloten voor hem hun deuren. In 1967 werd hem de Adenauerprijs toegekend en ontketende een bepaalde pers een heksenjacht tegen hem Is hij mislukt in zijn leven ? Mohler, zo besluit Weissmann zijn artikel in Junge Freiheit, wees graag op auteurs die onduidelijke maar aanwijsbare invloeden op het leven hebben. “Regenfluiters” worden ze genoemd, maar het zijn eigenlijk vogels die met hun gefluit een storm aankondigen. Armin Mohler behoort tot het gild van de regenfluiters. Zo zei Mohler zelf : “Ze waarschuwen voor de komende vernietiging, maar ze wensen op geen enkele manier een terugkeer naar de goede oude tijd. Hun doel is niet het bewaren van hetgeen reeds land over zijn tijd heen is, maar het vasthouden aan het wezenlijke”. Mohler wees op het wezenlijke, wees op Europa, op onze cultuur, en dat had niets met “fascisme” te doen. De getuigenis van Armin Mohler zal van wezenlijk belang blijven in onze strijd .

TWEEDE GETUIGE à décharge : Ernst Niekisch, de taboebreker

Het complexe en niet alledaagse leven van Ernst Niekisch, zijn ideeën en de evolutie van zijn ideeën vormen één groot démenti van de ondraaglijke lichtheid van het zgn. antifascistisch discours : conservatief = rechtse zak = antisociaal = fascisme. Het blijft daarom boeiend enkele facetten en feiten aan het papier toe te vertrouwen en wij baseren ons hiervoor op de inleiding van Alain de Benoist van de Franse vertaling van Ernst Niekisch, Adolf Hitler – une fatalité allemande, Pardès, Puiseaux, 1991, ISBN 2 – 86714-093-5.

Niekisch gaat door voor één van de heftigste tegenstanders van het nationaal-socialisme en is een epigoon van wat men het nationaalbolsjewisme heeft genoemd. Hij werd geboren in Silezië in 1889 en zal in Berlijn sterven in 1967. Tijdens de Eerste Wereldoorlog is hij instructeur van jonge rekruten en Feldwebel in een gevangenenkamp in München. Hij leest er Marx en sluit zich aan bij de sociaal-democraten. Op 18 november 1918 verneemt hij dat de republiek in München door Kurt Eisner is uitgeroepen, dat soldaten in Augsburg hun raden zouden willen aanduiden. De sociaal-democraten aarzelen en besluiten dan Niekisch naar de kazerne te sturen. Uren later is hij de voorzitter van de soldaten- en arbeidersraad, zit in het centraal comité van Beieren en zal zelfs afgevaardigde worden in het nationaal congres in Berlijn. Na de moord op Eisner, op 21 februari 1919, zal hij de beweging even leiden, en heeft hij oa. gesprekken met Rathenau, in de hoop de beweging nog te kunnen redden. Hij zal zich verzetten tegen de pogingen van de anarchisten Landauer en Mühsam om een tweede, communistische revolutie uit te lokken, want hij vindt het sovjetsysteem voor Beieren niet geschikt – een ruraal gebied. De witte terreur zal ook Niekisch niet sparen en hij wordt tot 2 jaar opsluiting veroordeeld Hij ontdekt er Spengler en leert er het primaat van de buitenlandse politiek erkennen, hij deduceert er dat een sociale revolutie eerst een nationale revolutie onderstelt. En bij Pruisische auteurs snuift hij de Pruisische geest op.

In 1922 ontmoeten wij Niekisch in Berlijn, de stad waar hij steeds naartoe wilde. Hij is er secretaris van de jeugdafdeling van de Duitse Textielvakvereniging (met 70 000 leden) en gaat er vrij snel de strijd aan met de reformistische vleugel van de partij. Hij wil een nieuwe intellectuele lijn voor de partij en pleit voor een verregaande identificatie van de arbeidersklasse met de staat en tegen de capitulatie t.o.v. Frankrijk en het Dawesplan, dat zal leiden tot een grote inmenging van het Amerikaanse bankwezen in Duitsland. De Duitse sociaal-democratische partij moet “de weerstand van het Duitse volk groeperen tegen het Westers imperialisme”. Hij poneert de quasi-identiteit van volks en staat. Staat en volk zijn één, een eenheid die boven de veranderingen van tijden staat, ook omdat zij niet één generatie vertegenwoordigt, maar alle. Dit is iets wat het uitsluitend politieke karakter van het liberalisme niet kan begrijpen, noteert Niekisch.

In Grundfragen deutscher Aussenpolitik (1925) verdedigt Ernst Niekisch de idee van klassentegenstellingen, maar onderstreept hij terzelfdertijd het primaat van de buitenlandse politiek, waar de klassentegenstellingen slechts secundair zijn. Als men de Russische revolutie slechts ziet als een sociaal revolutionaire gebeurtenis, dan merkt men het essentiële niet op. Men kan haar slechts begrijpen vanuit het licht van de buitenlandse politiek. En Niekisch hamert hier reeds op een nagel, die hij later nog herhaaldelijk zal beslaan : hij roept Duitsland op om weerstand te bieden tegen de “gerichtheid op het Westen”, gerichtheid die tegengesteld is aan de echte Duitse belangen. En door haar oriëntatie op het Westen versterkt de SPD (sociaal-democraten) het kapitalisme. Met deze stellingen heeft hij succes bij de Hofgeismarkreis, een kring van SPD’ers die proberen de nationale idee en het socialisme te verzoenen, en het is met deze kring dat hij het tijdschrift zal starten, Widerstand (vanaf 1926) dat hem befaamd zal maken. Met de medewerking van August Winnig krijgt het blad een nationaal-revolutionair karakter, Winnig riep de arbeiders op om deel te nemen aan de nationale opstand en stelde dat de vijand niet de patroon of de werkgever was, maar het internationaal financieel kapitaal. Jongconservatieven, neo-nationalisten, paramilitaire groepen met als voornaamste Oberland, Bündische groepen zullen de ideeën van Niekisch nu leren kennen, en uit bvb. de Bündische groepen, met hun ideeën over “Bündisch socialisme” zullen heel wat latere nationaal-bolsjewisten komen.

Belangrijk voor Niekisch is ook zijn ontmoeting met Ernst Jünger, die voor Widerstand enkele belangrijke bijdragen zal schrijven, maar die zich toch nooit nationaal-bolsjewist zal noemen. Hij heeft wel invloed op het blad en zal het in de richting duwen van een “nieuw aristocratisme”, geïnspireerd door een “heroïsch realisme”.

1928-1930 : De Widerstandskringen nemen uitbreiding, zowel op het vlak van medewerkers als op het vlak van invloed onderaan. A. Paul Weber, van wie we hier enkele tekeningen afdrukken, verleent zijn medewerking en de filosoof Hugo Fischer zet zijn schouders mee onder de onderneming. In 1928 wordt een uitgeverij opgericht, de Widerstandsverlag.

Het valt niet te ontkennen dat dit nationaalbolsjewisme tevens een hernieuwing betekent van de aloude “Ostorientierung”, maar nu tevens verbonden met een nieuwe ideologie in het Oosten, het bolsjewisme. Nationaalbolsjewisten wilden een gerichtheid op het Oosten, eerder dan op de Rijnlandse gebieden. En : voor hen is het Verdrag van Versailles een instrument van de liberaalkapitalistische bourgeois om de oorlog tegen Duitsland verder te zetten en haar op een blijvende manier te knechten. Het kapitalisme is het systeem van de onderdrukker en toevallig ook het economisch stelsel van het Westen. Duitsland moet dus een Schicksalsgemeinschaft vormen met Rusland. Binnen de totaliteit van de Konservative Revolution zorgde dit wel voor moeilijkheden : hoe een natuurlijke “Ostorientierung” verzoenen met een noodzakelijke kritiek op het marxisme ? Twee sleutelideeën zullen hierbij helpen :

1. De overtuiging dat er heel wat gemeenschappelijke punten bestaan tussen bolsjewisme en Pruisische stijl – een sterke staat, gehiërarchiseerd, de wil om het burgerlijke parasietendom te vernietigen. 2. En de idee dat het bolsjewisme vooral een Russische beweging is, waarvan het internationaal marxisme maar een façade is.

Maar er bleef toch steeds een ambiguïteit bestaan binnen de conservatieve beweging : voor de enen was de bolsjewistische revolutie niets anders dan de radicale vorm van kosmopolitisme, anderen zagen 1917 dan weer als een elektrische schok, noodzakelijk om de Russen opnieuw een gevoel van eigenwaarde te geven. “Elk volk heeft zijn eigen socialisme” zou Moeller van den Bruck schrijven, met als onderliggende idee dat elk volk zijn eigen revolutie heeft, en dat elke revolutie ook door het volk wordt gekleurd. Nog anderen zien in het marxisme een soort nageboorte van het kapitalisme en achtten het dus niet in staat om dit kapitalisme afdoende te bestrijden. Vele nationaalrevolutionairen echter blijven de affiniteiten onderstrepen : het bolsjewisme is een idealistische beweging, gericht op een ethiek, een ethiek van de arbeid, het offer, het primaat van de collectiviteit op de enkeling. Vanaf 1927 wordt in deze kringen de Russische revolutie dan ook als een mogelijk voorbeeld van nationale en sociale herstructurering beschouwd. Widerstand zal in 1928 Stalin zelfs gelukwensen met de dood van Trotsky en zijn pogingen om de nationale orde en eenheid in Rusland te versterken. Niet alle nationaalrevolutionairen gaan even ver, en sommigen gaan nog verder. Karl O. Paetel, die in 1941 asiel zoekt in New York, en in 1963 een anthologie over de Beat generation zal schrijven, staat volledig achter de klassenstrijd.

In 1929 schrijft Niekisch met Jünger een artikel waarin zij pleiten voor een samenwerking met de communisten, op voorwaarde dat het marxisme zich zou keren tegen de gevestigde Weimarorde. Het wordt een dovemansgesprek, want voor de nationalisten zijn de marxisten nog maar halverwege, en voor de marxisten is het al even duidelijk : als de nationalisten werkelijk zo begaan zijn met het lot van de arbeiders, moeten ze maar gewoon marxisten worden.

In 1930 werkt Niekisch opnieuw hard in de richting van een nieuwe “Ostorientierung” : hij maakt duidelijk dat de Duitser geen slaaf of Rus moet worden, maar dat het gaat om een noodzakelijke coalitie. Rusland, voegt hij er aan toe, is niet liberaal, is niet parlementair en is niet democratisch. Zijn ideeën slaan vooral aan in Bündische kringen en bij het Oberlandkorps (vrijkorps). Niekisch mag regelmatig op bijeenkomsten het woord voeren, maar zijn minder gemakkelijk karakter veroorzaakt scheuren, en hij besluit zijn eigen kringen op te richten – wat daadwerkelijk gebeurt vanaf 1930-31, de zgn. Widerstandskringen. Het totaal aan effectieven schat Uwe Sauermann (een na-oorlogs publicist) op 5000, maar de invloed is vele malen groter. Louis Dupeux schat het totaal aan nationaalbolsjewisten op ongeveer 25 000. De invloed van Niekisch is vooral aantoonbaar bij jongeren, die worden aangesproken door zijn radicalisme, zijn scherpe formuleringen. Anderen verwijten hem dan weer zijn gebrek aan soepelheid, zijn moeilijk karakter. Hij was m.a.w. geen practisch politicus. Hij trok begeesterde leerlingen aan, maar kon nooit massa’s volgelingen verzamelen.

Nog een woord over de verhouding van Ernst Niekisch en het nationaal-socialisme. Hij was ongetwijfeld een van de eersten om te waarschuwen voor het nationaal-socialisme, reeds in 1927. Niet alleen omwille van haar jodenpolitiek, maar ook omdat het nationaal-socialisme vastzit in een fanatiek anticommunisme en haar “Ostorientierung” niets anders is dan expansionisme en imperialisme. Een politieke leer, die het ras als het beslissende element van haar politiek beleid maakt, beschouwt Niekisch niet als Duits, maar als Beiers, zuiders en katholiek. Begin 1932 brengt hij zijn brochure Hitler – ein deutsches Verhängnis op de markt, waarin hij zijn waarschuwingen nog eens herhaalt. Het boekje haalt een oplage van 40 000 exemplaren. Sebastian Haffner ziet Niekisch en Hitler als twee volmaakte antipoden, die maar één gemeenschappelijk punt hadden : hun haat voor de Weimarrepubliek. In de lente van 1932 neemt Niekisch nog deel aan een studiereis naar de Sovjet-Unie op uitnodiging van een arbeidsgroep voor de studie van planeconomie (Arplan), hij heeft er contact met Karl Radek, en schrijft bij thuiskomst nog een lovend artikel over de Sovjet-Unie, waarin hij pleit voor de collectivisatie als een mogelijke sociale organisatievorm die “de moordende effecten van de techniek het best kan beheersen”.

Niekisch wordt – zoals iedereen – in snelheid gepakt door de machtsgreep van Hitler, “een persoonlijk succes voor de man, een mislukking voor het nationaal-socialisme” vindt hij. Hij noemt hem ook “der Talentlose”. Op 20 december 1934 wordt Widerstand verboden, en Niekisch wordt de verklaarde vijand van de NSDAP. Ondanks politiecontrole slaagt hij er nog in enkele binnen- en buitenlandse reizen te maken. Hij blaast de rijksgedachte nieuw leven in als laatste poging om het racisme van het nationaal-socialisme een alternatief te bieden. Zijn laatste brochure Die dritte Imperiale Figur en Im Dickicht der Pakte worden door de Gestapo opgespoord. Op 22 maart 1937 wordt hij, samen met een zeventigtal van zijn medestanders, aangehouden en op 10 januari 1939 volgt het oordeel : hij wordt veroordeeld wegens hoogverraad, zijn bezittingen worden aangeslagen en hij verliest zijn burgerrechten. In 1945 wordt hij door de Amerikanen bevrijd, hij wordt lid van de (West-Duitse) KPD en hij wordt professor aan de Humboldt-universiteit in het oostelijke deel van Berlijn. Hij noemt zich voortaan democraat en progressief, hij valt opnieuw de westelijke orientering aan van de BRD en staat op een strikt neutralisme, maar hij blijft streven naar een herenigd Duitsland.

Niekisch een fascist? Voor Sebastian Haffner is hij een revolutionair socialist, Armin Mohler beschrijft hem als de meest radicale nationalist. Alain de Benoist sluit zijn inleiding als volgt af : Niekisch werd gevangengezet onder Weimar, onder Hitler, uitgespuwd door de overheden van de BRD en veracht door de DDR. Zijn fundamentele idee blijft dat nationale bevrijding en socialistische revolutie samengaan. De paradox is dat Niekisch de URSS bewonderde door juist die redenen, waarvoor ze werd verafschuwd door haar tegenstanders, en voor de omgekeerde redenen, waarvoor ze werd bejubeld door haar bewonderaars. Natuurlijk heeft Niekisch zich veel illusies gemaakt over de Sovjet-Unie, maar hij heeft het toch op enkele punten bij het rechte eind : is het vanop afstand bekeken niet zo dat het Stalinistische Rusland eerder moet worden gekwalificeerd als een nationaal-bolsjewistische staat ? En opent een nieuwe Duits-Russische samenwerking geen perspectieven voor morgen ?

CONCLUSIE

Er is geen fascistische dreiging in Vlaanderen, in Nederland, in Europa. Een logische vraag blijft dus gesteld : waarom is er dan een zgn. antifascisme ? De twee getuigen à décharge moeten de druk op dit zgn. antifascistisch kamp verhogen om eindelijk eens hierover de discussie aan te gaan

Bron: http://www.peterlogghe.be/tekos111lichtheidaff.htm

AFA Nederland gaat los in Maastricht

02/04/2009
De Anti Fascistische Actie (AFA) heeft zich weer eens laten kennen in Maastricht bij de tegenbetoging van de heel-Nederlandse actiegroep Voorpost. Zij demonstreerde op 1 maart 2009 tegen het drugsbeleid van de Maastrichtse gemeenteraad en de Nederlandse overheid.
De lange reeks van gewelddadigheden van de AFA roept de vraag op waarom de overheid niet ingrijpt. In het verleden hebben organisaties voor minder een artikel 140-status gekregen. 

Voorpost kondigde in november 2008 een demo in Maastricht aan tegen het drugsbeleid. Binnen afzienbare tijd meldde de AFA een tegendemonstratie aan. Een delegatie van AFA Nijmegen reisde naar het Maastrichtse stadhuis om zich te beklagen over het demonstratierecht van Voorpost.  De Nijmeegse antifa/krakerswereld wordt samen met die van Amsterdam beschouwd als de meest gewelddadige van Nederland. Zo is in 2005 de Nijmeegse kraker/antifascist Louis Sévèke vermoord door de medekraker Marcel Tega. In eerste instantie werd door de Nijmeegse afa/krakerswereld de dader gezocht in extreemrechtse kringen. Net als bij de moord op Pim Fortuyn kwam de kogel echter van links.

De activisten van Voorpost waren met de bus naar Maastricht afgereisd. Bij het verzamelen aan de grens voor Maastricht werden de antidrugs-demonstranten aangevallen de AFA-aanhangers. De Voorposters werden slechts door een viertal motoragenten begeleid. Slechts een kordaat en beheerst optreden van de Voorposters kon een confrontatie voorkomen. Daarop reageerden de AFA-aanhangers met het gooien van stenen waarbij een Voorposter vol in het gezicht werd geraakt.
Tijdens de demonstratie van de Voorposters raakten de antifascisten slaags met de mobiele eenheid op de bruggen tussen beide stadsdelen. Hierbij werd grof geweld gebruikt en werden voertuigen van de politie beschadigd. Bij vertrek van de Voorpostbussen werden ze weer belaagd door stenengooiende AFA-leden. Bij één bus werd een raam ingegooid.
Van al deze gewelddadigheden heeft de AFA geen afstand genomen. Waar blijft het overheidsingrijpen? Wanneer activisten van rechts zoveel geweld zouden bezigen zou de media moord en brand schreeuwen. Nu blijft de verontwaardiging om onbegrijpelijke redenen uit. Dit antifascistisch geweld is niet uniek, toch wordt het gedoogd.

AFA maakt zich op voor meer geweld

AFA maakt zich op voor meer geweld

De Duitse AFA groet u!

De Duitse AFA groet u!

De AFA houdt niet van politieauto's

De AFA houdt niet van politieauto's

De zwarthemden van de AFA

De zwarthemden van de AFA

De AFA is trots op het geweld
De AFA is trots op het geweld

De AFA heeft wederom het demonstratierecht misbruikt. De Voorpostdemonstratie was gepland om 13u00. De AFA-bijeenkomst begon om 11u30. Na de (veelal Engelstalige) toespraken op het Griend langs de oever van de Maas werd een protestmars langs het station gehouden waarna de AFA-demo formeel was afgelopen. Met de keuze van het tijdstip en de afgelegde route moet de AFA-leiding hebben geweten dat individuen na afloop zouden proberen de andere oever te bereiken waar de Voorpost-demo nog moest beginnen. Dit is overigens ook expliciet gesuggereerd op de informatiebijeenkomsten van de AFA. Met deze suggestie bleef het overigens ook niet. De AFA heeft getracht voetbalhooligans te mobiliseren om aan de AFA-demo mee te doen. Met de keuze voor de hooligans heeft de AFA bewust het risico genomen dat de situatie uit de hand zou lopen.  De mobilisatie van hooligans bleef niet beperkt onder MVV en Roda JC- aanhangers, maar ook onder hooligans van Standaard Luik en Alemannia Aachen. De AFA misbruikt dus het demonstratierecht door allerlei soorten groepen in te schakelen zonder zich over de gevolgen druk te maken.

Twee maanden lang heeft de gewelddadige AFA getracht mensen te mobiliseren voor de tegenbetoging. De AFA organiseerde een vijftiental informatiebijeenkomsten over Voorpost. De best bezochte bijeenkomst werd bijgewoond door hooguit twintig bezoekers, dat is dus inclusief belangstellenden van rechts en de overheid. De overige bijeenkomsten werden bezocht door vijf tot bijna twintig bezoekers. Toch spreekt de AFA van een succesvolle informatietour. Vijftien informatiebijeenkomsten in drie landen, veel media-aandacht en werving buiten de traditionele achterban heeft evengoed geen hoge opkomst opgeleverd. Met zoveel inspanning amper 250 tegendemonstranten op de been krijgen is niet bepaald een succes, zeker wanneer we er rekening mee houden dat een hoop avonturiers een kijkje kwamen nemen. Tijdens de demo van Voorpost stonden er amper antifascisten langs de route. Alleen enkele bekende fotografen en Afa-leden uit de Randstad zoals Kevin Heller vulden de overwegend uit Duitsland afkomstige jonge relzoekers aan. Klaarblijkelijk slaat de boodschap van de AFA niet meer aan. Het Maastrichtse publiek heeft haarfijn aangevoeld dat ze hier met een uiterst gewelddadige club te maken had. Op de oostelijke oever heeft het Platform Maastricht tegen Geweld aan de vooravond van de linkse demo gefolderd in de wijk en de buurtbewoners gewaarschuwd voor het naderende geweld. Niet ten onrechte blijkt achteraf. Menig buurtbewoner hield uit protest tegen het linksextremisme de gordijnen gesloten. Maastricht moest duidelijk niets hebben van het Randstedelijke krakersverschijnsel. 

Het feit dat de AFA zoveel informatiebijeenkomsten heeft gehouden in Nederland, Vlaanderen en Duitsland, zoveel aandacht heeft gevraagd voor de tegenbetoging en heeft getracht mensen, ook buiten de AFA-achterban, te werven op zo weinig deelnemers kan rekenen is zondermeer een succes voor de Nederlandse democratie te noemen.  Op de linksextremistische webpagina Indymedia werd het geweld tegen de staat en in het bijzonder de politie verheerlijkt. Deze gewelddadige en antidemocratische houding valt voor een deel te verklaren uit de herkomst van de achterban van de AFA. De gewelddadige AFA heeft een grote wervingskracht onder antidemocratische organisaties als het communistische Offensief en de SP-knokploeg Internationale Socialisten.

Het is niet alleen de achterban die zich gewelddadig gedraagt. Ook de leiding van de Afa heeft al vele gewelddadigheden op de naam staan. Zo is het bekende Amsterdamse AFA-kopstuk Job Polak betrokken bij het molesteren in groepsverband van een bezoeker van Parkpop in Den Haag. Het in wapens geïnteresseerde Utrechtse AFA-kopstuk Jeroen Hanenbergh (AFA, Kafka en ETA-sympathisant) doet samen met onderzoeker/jurist Hans van Drunen (FOK, Kafka) de rest door foutieve informatie te verspreiden op internet onder de noemer van journalistiek. Mening journalist is hier al ingetrapt.

Blijft over de vraag wanneer de overheid optreedt tegen de gewelddadige AFA. Immers 15 jaar AFA is 15 jaar geweld. Tot nu toe ziet de overheid erop toe en knijpt een oogje dicht. De staatsknechten van de AFA proberen er tenminste voor te zorgen dat de stem van het volk niet wordt gehoord. De moord op Pim Fortuyn door de extreemlinkse activist Volkert van der Graaf is immers ook niet voorkomen door de overheid, ook al werd Fortuyn voortdurend bedreigt en gedemoniseerd door antifascisten onder andere afkomstig van de Internationale Socialisten. Dat de AFA na deze moord wist dat ze fout zaten bleek wel dat de webstek van de AFA-mantelorganisatie Kafka direct  enkele dagen op zwart ging. Menig jurist is het er al over eens; artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht is zeker van toepassing op de Antifascistische Actie (AFA). Dit artikel stelt dat “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie”. De vijftien jaarlange gewelddadige traditie van de AFA lijkt weinig andere mogelijkheden te geven.

 

Wat schrijft links?

01/04/2009

Uitgave december 2008

In de rubriek “Wat schrijft links?” neemt Meld Links Geweld! de ontwikkelingen binnen extreem- en populistisch links onder de loep. In hun obscure blaadjes komt de ware aard van de fanatici naar boven. Haat tegen Nederlanders, christenen en heidenen voert de boventoon. Daarbij geven extreemlinkse publicaties een aardig kijkje in het verknipte leven van menig roodhemd: onderlinge ruzies zijn aan de orde van de dag. Hoe dan ook, aan het blaadjesfront is beweging genoeg.

Het “antifascistisch vakblad” Alert is niet helemaal zeker van z’n zaak. En terecht. In een disclaimer stellen ze dat de redactie van Alert niet verantwoordelijk is voor de inhoud van andere auteurs. Zo gemakkelijk komen ze daar ons inziens niet mee weg; daar zal de rechter toch echt heel anders over denken. De redactie, waarvan deeluitmakend de in de Utrechtse “prachtwijk” Kanaleneiland wonende Jeroen Hanenbergh, is toch echt persoonlijk verantwoordelijk voor het kapotmaken van menig leven.

Maar goed, daar komen ze nog wel achter. De redactie heeft blijkbaar ook een sociaal gezicht. In een redactioneel commentaar schrijft Alert! dat de redactie € 500 doneert aan een Russische antifascist die vastzit voor moord. Meer is het leven van een Rus blijkbaar niet waard. Dat antifascisten niet met een moord meer of minder zitten was bekend. Zo wachten de zoons van de hoteleigenaar in Kedichem nog steeds op excuses en een schadevergoeding van de Nederlandse antifascisten die door de aanslag in 1986 verantwoordelijk zijn voor de dood van hun vader. 

In de rubriek “kort door de bocht” gaan ze inderdaad wat kort door de bocht. De Afa klopt zichzelf op de borst dat Hubert als actieleider van Voorpost in 1999 stopte na de aanval op vrouwen en kinderen door de Afa in Veenwouden. Als de redactie de illegale gegevensbestanden van hun mantelorganisatie Kafka eens beter zouden bestuderen, zouden ze kunnen zien dat toen Tim Mudde actieleider was en dat Hubert pas vanaf 2000 de taak overnam. Gevalletje Korsakov misschien?

In een artikel over de vrijheidsbeweging Voorpost wordt fout op fout gestapeld. Menig vermoeden wordt als feit gepresenteerd, maar dat zijn we wel gewend van de luie jongentjes en meisjes van de steeds kleiner wordende Afa. Namen worden verkeerd geschreven, gebeurtenissen die niet plaatsvonden worden opgevoerd en feiten verdraaid door de schrijfster van het artikel, Aafke Broekhuis. Oorzaak van dit pulpartikel is mogelijk de seksuele identiteitscrisis van Aafke. Aafke gaat namelijk in het dagelijkse antifascistische leven door als Tim Vlaarbeek. Het tekort aan schrijvers wil de redactie blijkbaar verhullen met wat gefingeerde namen. Liefst een vrouwennaam natuurlijk, want die zijn bijna niet te vinden bij de linksextremisten van de Afa. Evenals vreemdelingen overigens. Hetgeen toch wel vreemd is voor een antifascistische organisatie. Ze discrimineren toch niet? Of zou het hoge drankgebruik bij de Afa ervoor verantwoordelijk zijn dat bijvoorbeeld moslims zich niet thuis voelen bij het obscure clubje? Tot op heden is de Afa blanker dan menig liberaal debatclubje.

Een artikel over “anarchistisch verzet tegen vreemdelingenbeleid”  is nauwelijks het lezen waard. Weinig humor, of je moet erom kunnen lachen dat het clubje Anarchistische Anti-deportatie Groep Utrecht (AAGU) een mantelorganisatie van de gewelddadige Afa is. Enfin, in ieder geval beklagen ze zich in dit artikel dat ze omtrent Kamp Zeist geen aansluiting konden vinden bij de samenleving. Volgens de ondervraagden “lag de lat te hoog”. Laten we ze maar even uit de droom helpen. De lat ligt niet te hoog, jullie ideeën worden niet geaccepteerd door de samenleving. En dat is maar goed ook. Ga werk zoeken en sticht een gezin voordat je weer een Kerst alleen in een kraakpand moet doorbrengen.  

In dit laatste nummer van 2008 van Alert uiteraard naast de gebruikelijke onzin, weer veel aandacht voor Hitler in de vorm van boekbesprekingen. Deze al meer dan 60 jaar dode dictator houdt linkse hun gemoederen nog steeds meer bezig dan bijvoorbeeld het antiblanke geweld in Gouda. De dagelijkse vernederingen van Nederlanders door Marokkanen lijkt de antifascisten niets te kunnen deren. Van de recente aanslag met een brandbom op een kerk wordt niet eens melding gemaakt. Tja, het is natuurlijk geen moskee…

Ook in dit nummer dus voornamelijk bijdragen van de Afa uit Leiden, Utrecht en Nijmegen. De Afa uit Amsterdam levert al geruime tijd geen zinvolle bijdrage meer aan de antifascistische strijd. Die houden zich liever onder leiding van vlaflip Koos Borghouts bezig met kraken en in elkaar slaan van andersdenkenden. Zo is de bekende Amsterdamse kraker-antifascist Job Polak onlangs door de politie aangehouden wegens mishandeling van bezoekers van Parkpop in Den Haag, uiteraard in groepsverband.

Job Polak maakt een kiekje

Job Polak maakt een kiekje

De Fabel van de Illegaal verschijnt voornamelijk als PDF-bestand op internet. Er zijn terecht weinig mensen die hier nog geld voor over hebben. In De Fabel wordt al meer dan een jaar gezeverd over  de slachtoffers van de Schipholbrand. Overigens wordt telkens vergeten erbij te vermelden dat de slachtoffers nog geleefd zouden hebben wanneer ze zich aan de wet zouden hebben gehouden.  Of is dit een schuldgevoel van die linkse jongens en meisjes? Wanneer zij die procedures niet zo eindeloos hadden gerekt zou de brandstichter ook nooit kans hebben gehad om tot zijn daad te komen.

Ene Harry Westelink wil weer eens een van Nederlandse zeehelden door het slijk halen. Met zijn blik uit de 21e eeuw denkt hij te kunnen oordelen over een vrijheidsstrijder uit de Gouden Eeuw, Witte de With.  Harry, onze held op sokken, schrijft in dit internetkrantje ook nog over een abortus. “Toen bleek de abortusingreep gelukkig snel verricht te kunnen worden. De Fabel heeft de rekening van 380 euro inmiddels betaald”.  Ziezo, hebben onze antifascisten toch weer een mensenleven om zeep geholpen. We zijn niet anders gewend.             

Ook een vraaggesprekje met de verkrampte organisatie Doorbraak. Ja, die club die Sinterklaas racistisch vindt en kinderen een leuke tijd wil onthouden. In dit vraaggesprek over moslimfundamentalisme komt in ieder geval naar voren dat ze er weinig tegen gaan doen: “Zo zal doorbraak nooit protesteren voor de deur bij een fundamentalistische moskee”.  Helden.

Dat onze Leidse jongentjes en meisjes (?) ook kunnen lezen bewijzen ze in een boekbespreking over “Het bange Nederland” mede geschreven door Jan Willem Duyvendak, inderdaad de broer van zoetekauw Wijnand Duyvendak. We zijn niet tegen boekbesprekingen, maar laat ze het flutwerk nog maar eens lezen. Het is inderdaad borrelpraat.

Verder uiteraard weer aandacht voor mensen die zich niet aan de wet houden en zich niets aantrekken van democratisch gekozen besluiten. Op de laatste pagina als gebruikelijk aandacht voor de eigen publicaties die nauwelijks worden gelezen en een oproep tot steun van mensen die zich niet aan de wet houden. Moeten we dit waardeloze krantje de volgende keer echt weer lezen? Om de Alert kan je tenminste nog lachten. Dit is om te janken.

Timo Desse is medewerker van De Leugen van de Antifascist