Archive for februari, 2010

Weer aandacht voor WOB-misbruik door Jeroen Hanenbergh

20/02/2010

Onlangs maakte de AIVD in hun rapport voor het misbruik dat mogelijk zou worden gemaakt vanuit linksextremistische kringen van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB): “Via de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) vragen AFA-vertegenwoordigers allerlei voor hen nuttige informatie op. Recent zijn nieuwe WOB-voorschriften opgesteld waarbij bijvoorbeeld een overschrijding van de beantwoordingstermijn financiële consequenties heeft voor de aangeschrevene. Niet uitgesloten kan worden dat deze regelgeving, bijvoorbeeld als extra inkomstenbron, door AFA wordt aangegrepen om nog meer verzoeken in te dienen.”.

Ook het tijdschrift Binnenlands Bestuur heeft inmiddels aandacht besteed aan het misbruik van AFA/Kafka-lieden van de genoemde wet. De aanvragen worden in de regel gedaan door de twee AFA/Kafka activisten Jeroen ‘Bosch” Hanenbergh (KAFKA/AFA/KURF/BIC) en Hans van Drunen (FOK/KAFKA). Hanenbergh zit dan in de rol van ‘journalist’ die geïnteresseerd is in bepaalde gegevens en Hans van Drunen misbruikt zijn juridische titel als advocaat om namens zijn ‘cliënt om deze gegevens op te eisen. Niet zelden krijgt het tweetal een schadevergoeding toegewezen. Hieronder het gehele artikel welke gepubliceerd is op hun internetpagina.

De Wob (Wet openbaarheid van bestuur) lijkt te worden gebruikt als financiële melkkoe. Handige aanvragers jagen op de boetes die de overheid tegenwoordig krijgt opgelegd bij termijnoverschrijding.   Diverse gemeenten zijn de afgelopen tijd geconfronteerd met ‘spookaanvragen’, kennelijk uitsluitend bedoeld om de eventuele boetes te kunnen innen. Het politiekorps Rotterdam- Rijnmond heeft het fenomeen inmiddels aangekaart bij de Raad van Korpschefs en de minister van Binnenlandse Zaken. De AIVD (Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst) waarschuwt dat extreemlinkse, antifascistische actiegroepen de Wob inmiddels ook hanteren als inkomstenbron.   De Wob regelt de toegang tot – in principe alle – overheidsinformatie. In de praktijk kon de overheid verzoeken om inzage maanden laten liggen zonder dat dit gevolgen had. Sinds 1 oktober 2009 is dat voorbij: de ‘Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen’ bepaalt dat de aanvrager van informatie bij termijnoverschrijding voortaan een boete kan opeisen.

Faxen

Sinds enige tijd worden gemeenten geconfronteerd met faxen waarin wordt gevraagd om gegevens over de plaatselijke bezwarencommissie. Ook in de Groningse gemeente Winsum rolden dergelijke faxen uit het apparaat. Vijf identieke Wobverzoeken, voorzien van veelal Hindostaans klinkende afzenders en postadressen in de regio Rotterdam. Gevraagd werd om ‘alle namen en titels van de leden van de bezwarencommissie en hun nevenfuncties; alle namen en titels van de secretarissen van de bezwarencommissie en hun nevenfunctie; het aantal bezwaarschriften van 2009 en de uitslag ((on)gegrond/ niet-ontvankelijk etc.)’

‘Oirbare vragen’, stelt Frits Huisman, juridisch medewerker van de gemeente. Winsum verstuurde de antwoorden dan ook tijdig aan de afzenders. Wel nam de gemeente contact op met de politie in Rotterdam. Ook de VNG ‘ziet geen reden om de informatie niet te verstrekken’, zo blijkt uit een advies aan alle gemeenten op de website. De gemeentekoepel is door diverse gemeenten benaderd met vragen over de Wob-verzoeken. De VNG wijst gemeenten op de mogelijkheid om aangifte te doen op grond van valsheid in geschrifte, vanwege de vermoedelijke valse handtekeningen onder de Wob-verzoeken. Wel lijkt het de VNG ‘raadzaam om eerst contact met de aanvrager(s) op te nemen alvorens aangifte wordt overwogen’. Bovendien kan de gemeente aan iedere aanvrager kosten in rekening brengen voor eventueel verstrekte kopieën van documenten, aldus het VNG-advies.

De politie Rotterdam-Rijnmond heeft ook ervaring met ‘notoire verzoekers’ die kennelijk uit zijn op de dwangsommen, vertelt de privacyfunctionaris van het korps. ‘Al is het heel moeilijk om hard te maken dat er sprake is van misbruik’. De kwestie is inmiddels aangekaart bij de Raad van Korpschefs en bij het ministerie van BZK. ‘Onze gedachten gaan uit naar het inbouwen van een buffer in de Wob, zodat je al dan niet bij de rechtbank moet aantonen dat je een daadwerkelijk belang bij de gevraagde informatie hebt. Maar het wordt heel lastig’, beseft de Rotterdamse functionaris.

Niet nieuw

Helemaal nieuw is misbruik van de Wob niet voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). In een brief aan alle gemeenten van 8 februari waarschuwde de AIVD (Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst, ressorterend onder BZK) alle burgemeesters in Nederland voor activiteiten uit antifascistische hoek. Extreem-linkse groeperingen zouden uit zijn op verstoring van extreemrechtse bijeenkomsten en maken daarbij volgens de AIVD ‘gebruik van valse voorwendselen en oneigenlijke middelen’. De dienst ‘sluit niet uit’ dat linkse groeperingen de Wob gebruiken als extra inkomstenbron, aldus de brief aan de burgemeesters.

Gevraagd om een toelichting laat de AIVD verder weinig los. ‘We zitten vaak in een spagaat: we willen enerzijds waarschuwen maar anderzijds niet precies weggeven wat we al weten omdat dit iets zegt over onze modus operandi en ons kennisniveau’, aldus AIVD-woordvoerder Sander van Dam. Hij wil dan ook niet zeggen of de faxen in Winsum en andere gemeenten in verband worden gebracht met deze tactieken van linksradicalen.

Overigens loopt er al langer een onderzoek naar misbruik van de Wob, vertelt BZK-woordvoerder Vincent van Steen. ‘Dat is eind vorig jaar toegezegd na Kamervragen. Toen ging het bijvoorbeeld om Wob-verzoeken aan de politie om te achterhalen waar flitspalen staan’. De uitkomsten van dit onderzoek worden in het voorjaar verwacht, aldus de BZK-zegsman.

Bron: http://www.binnenlandsbestuur.nl/nieuws/2010/02/wob-als-melkkoe.149810.lynkx

De antifascistische aanslag in Kedichem

11/02/2010

Afgelopen week waarschuuwde de AIVD voor het gewelddadige karakter van de Antifascistische Actie (AFA). De antifascistische beweging heeft vele gewelddadigheden op haar naam staan. Een zeer bekende, met een dodelijke afloop, is de aanslag van de antifascisten op een vergadering van de Centrumdemocraten en de Centrumpartij in Kedichem. Hier volgt een interessante beschrijving uit de ogen van een van de aanvallers:

DE DIJK VAN KEDICHEM

“Steeds meer ben ik ervan overtuigd dat mentaliteiten onstaan uit massa-ervaringen. Maar zijn mensen schuldig aan hun massa-ervaringen? Komen zij daar niet volkomen onbeschermd in terecht? Waarmee moet iemand zijn toegerust om zich hier tegen te kunnen weren? Moet men in staat zijn om eigen massa’s te vormen, teneinde immuun te blijven voor andere?”
Elias Canetti, Das Geheimherz der Uhr.

Op 29 maart 1986 ging in Kedichem, een dorpje in de Betuwe, een hotel in vlammen op waar twee rechtse splinterpartijen een poging tot hereniging ondernamen. Sinds 1982 zat de Centrumpartij met een zetel in de Tweede Kamer op een program dat zichzelf antifascistisch en antiracistisch verklaarde, maar dat zich sterk maakte voor het “beschermen van het Nederlandse kultuurgoed”, een moderne vorm van racisme waarin met name buitenlanders de schuld kregen van woningnood, werkeloosheid, milieuvervuiling en overvolle wegen. Nadat een groepering zich had afgesplitst van de kamerfraktie, leek de parlementaire organisatie van extreem-rechts in Nederland een zachte dood te zullen sterven. Wel was tien dagen voor “Kedichem” voor het eerst in de na-oorlogse geschiedenis een ‘fasciste’ uit de Centrumpartij gekozen in de Amsterdamse gemeenteraad. De beediging daarvan zou op 29 april plaatsvinden en binnen de antifascistische beweging waren de diskussies hoe dit voorkomen moest worden in volle gang. Met de Tweede Kamer-verkiezingen op 26 mei in het vooruitzicht besloten de rivaliserende frakties van de CP een vergadering te beleggen om een eind te maken aan het onderlinge gekonkel en de zaak te lijmen. De gewelddadige verstoring van dit herenigingsgesprek door antifascistische aktievoerders voorkwam dat er weer een extreem-rechtse partij ontstond en leidde ertoe dat zij voor de volgende drie jaar uit de Kamer bleven. De media gaven de sfeer van grof geweld, die de aktievoerders rond de partijen hadden weten op te roepen, uitvoerig door in hun berichtgeving. De foto die de hele gebeurtenis samenvatte als media-event toonde het gehavende CP-Kamerlid, wegvluchtend van de rokende restanten van het hotel des onheils en zou worden uitgeroepen tot de Persfoto van het Jaar. Het motto van de aktie was geweest: “Fascisten mogen zich nooit organiseren, hun vergaderingen moeten verstoord. Fascisten moeten we afschrikken aktief te worden in de CP.” Na afloop konstateren de aktievoerders terecht: “Dit effekt heeft Kedichem gehad.” Qua positieve resultaten en publiciteit was de aktie een volledig sukses geworden. De distantieringen van het Nederlandse verenigingsleven die de gebruikte methodes verwierpen, gaven de genoegdoening over het feit dat de bijeenkomst uiteengeslagen was een fatsoenlijk kader.  Al vanaf 1981 was een brede antifascistische beweging gegroeid van plaatselijke komitees, organisaties van buitenlanders, het voormalig verzet, vrouwengroepen en jongerenorganisaties. Tegelijk kwam ook het aktievoerend deel van de bevolking in konfrontatie met knokploegen, boze boeren, diskoos, voetbalsupporters en skins, die werden samengevat onder de noemer van het “opkomend fascisme”. Beide groepen waren sterk verdeeld over de vraag of de CP, als de politieke uitdrukking van deze tendens, verboden moest en hoe er aktie tegen diende te worden gevoerd. Wat de groepen gemeen hadden was hun beroep op de antifascistische houding en het verzet in de Tweede Wereldoorlog. In alle akties en dokumentaties weerklinkt de drang om een nieuwe vorm te geven aan de herinnering aan de verschrikkingen van het fascisme, die traditioneel jaar na jaar gememoreerd worden in opvoeding, media en literatuur. De vorm die de aktievoerders daaraan wilden geven lag op het existentiâle niveau van de lijfelijke konfrontatie, omdat zij ‘de fascisten’ als direkte aanslag op hun eigen manier van leven waren tegengekomen. De komitees echter zagen meer in politieke bewustzijnsvergroting omtrent het “alledaags rascisme” en in demonstraties na incidenten met rechtse groeperingen. Hun angst voor gewelddadige akties is een gevolg van het feit, dat een massale antifascistische beweging in principe de hele Nederlandse bevolking omvat. Deze imaginaire massa kan eigenlijk alleen maar kleiner worden, omdat ze al een maximale omvang heeft. Zelfs de Centrumpartij erkent dit. Hun kommentaar op Kedichem was: “Ze hebben de antifascisme-komitees geen goede dienst bewezen, want daar zitten toch heel veel integere mensen bij.” De verschillende verhouding tot de imaginaire mede- en tegenstanders garandeert een permanent wederzijds onbegrip tussen de ‘politieke’ en de ‘existentiâle’ variant van het Nederlandse antifascisme.

Er bestaat al geruime tijd een onderzoekstraditie naar de handel en wandel van extreem-rechtse en fascistische individuen en groepen in Nederland. Al speurend was men erachter gekomen dat het verzoeningsgesprek van de rechtse frakties op zaterdag 29 maart zou plaatsvinden, maar de plaats daarvan werd ook in kringen van de CP
geheim gehouden. Op donderdag de 27ste werd in Amsterdam een vergadering met 75 aktievoerders belegd. Daarin wordt niet alleen verteld wat het kruciale belang van de verstoring van de fusie is, maar ook hoe deze verstoring zou moeten verlopen. Een kleine groep met veel aktie-ervaring heeft de organisatie daarvan op zich genomen en
enige diskussie over de te hanteren aktiemethodes vindt niet plaats. Een vage verwijzing naar “het Boekel-model” is het enige dat over deze methodes wordt medegedeeld. Twee jaar daarvoor had het laatste kongres van de CP plaatsgevonden in het Brabantse dorpje Boekel. Aktievoerders uit het hele land waren toen een heftige konfrontatie aangegaan met de 300 aanwezige partijgangers. Het “Boekel-model” nu bestond uit het omsingelen van de vergaderruimte, het eisen van het vertrek van “de fascisten” en, indien hier niet op werd ingegaan, het “uitroken” van de vergaderzaal met traangas of rookbom, waarbij de CP’ers een vluchtweg werd geboden waarlangs ze konden aftaaien. In de praktijk was er in Boekel een groot verschil geweest tussen enerzijds de “demonstranten”, die op
geweldloze wijze de CP wilden aanklagen om de publieke opinie te mobiliseren, en anderzijds de heavy fraktie die de direkte konfrontatie zocht en daar ook op voorbereid was door “ter zelfverdediging” met helmen, leren jassen, knuppels en rookbommen te komen aanzetten. Omdat deze groep als eerste aankwam bij het ook toen al geheim gehouden vergaderadres, werd hun strategie direkt ingezet: ramen gingen in, een traangasgranaat vloog naar binnen en op straat kwam het tot hevige vechtpartijen tussen de CP-knokploeg, de heffo’s en de toen net gearriveerde demonstranten die de klappen kregen. Ruzies hierover onder de aktievoerders liepen achteraf hoog op, maar dat was men vlak voor Kedichem schijnbaar allemaal weer vergeten. Wat het “Boekel-model” inhield werd bekend verondersteld, het was nu tijd om te handelen en de ruzies werden wederom tot later uitgesteld, geheel in de lijn van de aktietraditie: eerst doen, dan praten. De groep die elkaar die donderdagavond in Amsterdam vond, omvatte alle geledingen van de bewegers. Johan: “Je ziet keer op keer dat mensen toch weer bij elkaar komen. Ik denk dat Hans Kok duidelijk maakte dat ondanks alle verschillende stromingen je, als je goed kwaad gemaakt wordt, nog allerlei dingen samen hebt. Het is logisch dat je elkaar opzoekt om de CP te bestrijden. Iedereen was voor zich kwaad om het feit Kedichem en het gevaar dat de CP eventueel in de Kamer zou komen. We hadden allemaal het gevoel dat het van beslissende betekenis kon zijn.” De kleinste gemene deler van de beweging was de reaktie geworden. In de dagen na de dood van Hans Kok was de inschatting dat de plotseling ontstane verzoening tussen de scenes, klubjes en sympathisanten van korte duur zou zijn: “In de branden, de stenen die door de ruiten vliegen, tijdens de serieuze demonstratie, tellen alle verschillen die er tussen ons zijn niet. In onze woede om de moord op Hans vinden we een weekend lang eenheid.” Desondanks blijkt vijf maanden later, aan de vooravond van Kedichem, dat het onderlinge
vertrouwen nog steeds niet is verdwenen. De aktieve vergeetachtigheid, die de basis van verzoening is, vormt een voldoende garantie om nogmaals gezamenlijk aktie te gaan voeren.

Op zaterdagochtend 29 maart verzamelden zich al om 9 uur zo’n 300 aktievoerders uit het hele land in een oud gekraakt ziekenhuis in Utrecht. Omdat niet bekend was waar de CP-vergadering gehouden zou worden, had men voor deze centrale plek gekozen. Wel was bekend dat een aantal CP’ers zouden verzamelen bij het Voetbalstadion van Utrecht. Zij werden heimelijk gevolgd door motorfietsen die regelmatig naar het verzameladres belden om door te geven hoeveel fascisten er onderweg waren en waarheen. Pas in de loop van de middag werd bekend waar de groep bijeen was gekomen. Tijdens de lange uren van het wachten in Utrecht werd door de aanwezigen niet een keer gezamenlijk overlegd wat men nu precies ging doen. Alleen de bijna magische term “het Boekel-model” waarde rond.
“In de zee van tijd en de relatief gemoedelijke sfeer die er in Utrecht was, is veel te gehaast en onduidelijk gezegd wat de bedoeling was”, konkludeert Tineke achteraf. “Angst voor onderlinge tegenstellingen en heftige diskussies zo vlak voor de aktie? Was iedereen sowieso al bezig met de eigen angst over het geweld en de overmacht aan fascisten die we daar aan dachten te treffen? Ik kan mij wel voor mijn kop slaan dat ik ook maar wat heb lopen suffen, terwijl ik vaag in mijn achterhoofd het mistige gevoel had dat er toch van alles niet helemaal klopte.” Kasper, ernaar gevraagd: “In de geruchten in Utrecht werden de fascisten met steeds meer mannen. En we gingen steeds meer bier drinken en halen, want het duurde heel lang. De hele tijd had je je zenuwen. Drie uur lang zaten al die mensen in die gangen te wachten en te drinken en te blowen. En toen gingen we eindelijk op weg.” Johan: “Het feit dat wij op een verzameladres met zo ontzettend veel mensen, te horen krijgen dat daar een stuk of honderd tot de tanden bewapende extreem-rechtse types ons stonden op te wachten, noem ik valse voorlichting. Achteraf ga je heel erg twijfelen, of ze dat fout gezien hebben of dat ze ons bewust hebben lopen opfokken.” In de wachtende massa van Utrecht tekende zich al een onderscheid af tussen degenen die bezig waren hun angst te sublimeren tot een waardige demonstratie en de heffo’s die bezig waren hun woede te ontwikkelen tot een aanvalsroes. Dat de zooi zich totaal niet bemoeide met de organisatie kwam doordat deze zich als uiterst professioneel liet kennen. “De organisatie was van een maffia-achtige, binnenlandse veiligheidsdienst-achtige allure”, aldus Kasper. “Er reden motorfietsen door het hele land, mensen waren aan het volgen, het liep, het zag eruit als een goed geoliede machine. Aan alles was gedacht, dat kon je ze wel meegeven.” Het was een geruststellend gevoel dat de macht gedelegeerd was: in een aktiekultuur die geen organisatie erkent, hebben diegenen de leiding die al van tevoren de praktische verzorging van de details op zich nemen. Zij zullen dan ook bij moeilijkheden achteraf alle schuld toegeschoven krijgen: de massa zal zich altijd onschuldig weten, voor haar telt alleen de fascinatie met zovelen te zijn. Ronald: “Toen ik even broodjes ging halen zag ik dat het in ’t centrum van Utrecht werkelijk wemelde van de mensen met de leren jassen. Het viel gewoon waanzinnig op.” De zekerheid tot een massa te behoren maakt het de individuen mogelijk zich uitsluitend op de eigen emoties te koncentreren, kollektief beslissingen nemen valt daardoor buiten het blikveld.

Om half 3 komt door dat de fascisten zich verzameld hadden in hotel “Cosmopolite” in Kedichem. Ernst: “Ik nam de telefoon aan omdat ik daar toevallig naast stond. Waar? zeg ik nog. Ik heb de naam laten spellen en op een papiertje geschreven.” Omdat het hotel zo klein was dachten de motorfietsen dat het hier ging om een voorverzamel-adres.
Besloten werd daarom dat de aktievoerders zich eerst zouden verzamelen bij het station van het nabij Kedichem gelegen dorp Leerdam. De wachtende massa mocht eindelijk in beweging komen. Barend schrijft hierover: “Er gaat gejuich op als het woord Kedichem valt. Ik dans van plezier. De zaal komt op gang. Naar de busjes. Er wordt geschreeuwd. We moeten nog iets afspreken. Wie is hier de woordvoerder? Verschillende mensen werpen zich op. Een van hen wint het. Hij regelt een autootje dat volgens afspraak even vooruit gaat om de situatie in te schatten. Hij zegt dat er nog een paar dingen moeten gebeuren, zoals het ‘intoetsen van de scannerfrequenties’. Er wordt niet gevraagd naar de betekenis van dat laatste. Ook ikzelf vraag niks maar denk dat het goed zit zo. Dan komt het bericht dat er maar 18 CP’ers binnen zijn. Maar daar wordt niet echt naar geluisterd. Het bericht is daar ook te vaag voor. We zien het wel in Leerdam.” Bijna honderd auto’s en huurbusjes vertrokken toen uit Utrecht. In Leerdam stelde de stoet zich in een lange rij op voor het stationnetje. Vooraan stond de “kommandowagen” van de leiding die vol was gestouwd met scanners om de politie af te luisteren. Daar omheen formeerden zich de heffo-busjes om vooral niets te hoeven missen. Toen een politiewagen langs reed, over de scanner te horen was dat er meer politie onderweg was en uit Kedichem het bericht kwam dat Cosmopolite inderdaad het CP-vergaderadres was, besloten de voorste wagen
onmiddellijk te vertrekken. Tussen de busjes onderling was nauwelijks kontakt geweest, de geografische situatie in Kedichem was aan niemand bekend. Barend: “Opeens moeten we weg. Wie het sein heeft gegeven? Datis onduidelijk. We zien het wel in Kedichem.” In de wachtende massa van Utrecht was zoiets als een bevelsverwachting ontstaan: de
gedwongen apathie van de mensen kon enkel doorbroken worden door het sein te moeten vertrekken, het bevel van de leiders werd als een bevrijding ervaren.

De weg van Leerdam naar Kedichem is 8 km lang. De toeristische ervaring aldaar doet het ‘wij-gevoel’ ontstaan dat bij zo’n uitstapje van “de beweging” hoort. Ronald: “Honderden meters busjes vertrokken, we verstoorden het hele verkeer, letten niet op stoplichten en gingen door dat polderlandschap rijden, een soort rups over die dijken daar.
Het was een waanzinnig mooie route. Je reed daar over zo’n hele smalle dijk langs de rivier de Linge, waar geen tegenliggers je kunnen passeren. Halverwege kwamen we een politieauto tegen die op een parkeerplaats stond en waarin 2 agenten verschrikt door de mobilofoon zaten te babbelen. We gingen niet langs een recht kanaal, maar over een kronkelende dijkweg, zodat je de hele tijd de stoet voor en achter je zag.” Betty: “Het was echt een kolonne, een caravaan.” Hotel Cosmopolite ligt vanuit Leerdam links bovenop de dijk met rechts het dorp Kedichem. Vanaf de dijk gaat een weg naar beneden het dorp in. Na aankomst reden de voorste busjes het hotel langs, bekeken de situatie en parkeerden de auto’s zo dat ze snel weer weg konden, in een andere richting dan waar ze vandaan kwamen. Toen zij al uitstapten waren de achterste busjes nog zeker een kilometer verwijderd van het hotel. Toen deze arriveerden parkeerde de lange stoet zich langs de weg op de dijk en begonnen vanaf daar naar voren te lopen. Er stond een harde wind. De gebeurtenissen voor het hotel voltrokken zich in een razend tempo. Kasper bevond zich in de kopploeg die besloten had tot een direkte konfrontatie met de CP’ers: “Toen we uitstapten hebben we onze bivakmutsen opgedaan, eerst half op, toen helemaal op. We zagen al die auto’s nog aan komen rijden. Allemaal hadden we stokken en nogal veel adrenaline en iedereen rende naar het hotel toe. We wachtten wel een beetje op elkaar zodat we wel met veel kwamen. We waren met een mannetje of 40. Er stond een politieauto voor het hotel.” Ronald: “Die politieauto zei dat wij ons moesten verwijderen ‘of geweld zal worden gebruikt’. Iedereen natuurlijk in een deuk van het lachen: drie-vierhonderd mensen met helmen en knuppels en een politieautootje!”. Een dagblad noteerde uit de mond van een partijganger: “We waren nog geen 10 minuten in Hotel Cosmopolite, toen er 2 agenten binnenkwamen. ‘We hebben een nare mededeling’, zeiden ze, ‘er is een knokploeg van tweehonderd man in aantocht en we kunnen u niet beschermen’. Ze gingen meteen de deur uit en op hetzelfde moment vlogen er al stenen door de ruiten.” Kasper: “We begonnen te schreeuwen: ‘Fascisten, oprotten’ en ‘Vuile fascisten!’. Toen verscheen de eigenaar in de deur en de politie zei ‘Laten we het rustig houden.’ De eigenaar zei dat ze geen fascisten waren en dat we hen met rust moesten laten, hij wou alleen maar rustig een centje verdienen. Maar mensen begonnen meteen te gooien naar de man en te schreeuwen dat hij een fascisten-helper was en dat ie moest oprotten. De ramen werden ingegooid en er gingen allerlei dingen naar binnen, allerlei autonomen om ons heen begonnen te keilen. De politie was toen al weggereden, de dijk op want ze konden het niet houden. Er kwamen steeds meer mensen en het bleef rinkelen en er werd geslagen met knuppels op de ramen. Lege pilsflesjes gaan naar binnen. Er kwamen asbakken om onze oren vliegen vanuit het kafe beneden. We hoorden ook veel gillen binnen, de mensen waren wel bang.” Ernst: “Ik stond nog met Piet door de ramen naar binnen te turen, toen er over ons hoofd heen al stenen en verf door de ramen vlogen.” Ronald: “Je kon niet zien wie er binnen was, de gordijnen waren dicht en het licht was uitgedaan. Je zag alleen maar schimmen. Toen gingen er rookbommen naar binnen.” “Er kwam steeds meer rook uit die voorkant” vervolgt Kasper, “We hadden geen taktiek, alleen maar uitroken. Dus we dachten, dan gooien we toch een rookbom naar binnen, zal ik dat dan maar doen? Maar iedereen wou wel een rookbom naar binnen gooien. Er was denk ik teveel ammunitie. En teveel adrenaline, van een dag wachten, de te lang opgebouwde agressie. Toen bleef er een rookbom in het gordijn hangen, dat zag ik ook.” Ronald: “Als er wordt gesmeten in een rel draagt iedereen z’n steentje bij. Het trottoir ging meteen aan diggelen en de parkeerplaats aan de zijkant ook, daar waren van die handzame kinderhoofdjes. Een rookbom is in het gordijn blijven hangen. Het was waarschijnlijk een oude rookbom waar vocht in is gekomen waardoor ze met een steekvlam ontbranden. Op een gegeven moment werd de witte rook een beetje donkerder en sloegen de vlammen uit het pand.” Ernst: “Ik zag twee rookbommen en een oranje pijp naar binnen gaan. Meteen ging het toen fikken. Piet en ik kijken elkaar aan en zeggen: ‘We moesten maar wegwezen.'” Kasper: “Toen we zagen dat het hotel in brand stond gingen we naar de achterkant. Ik zei tegen mijn begeleider: ‘Laten we even kijken of zij weg kunnen komen, het is toch wel heel heftig.’ Toen zagen we dat niemand eruit kwam, maar ook dat niemand erin kon komen, want we wilden ook nog wel wat fascisten slaan. We schrokken pas toen we merkten dat zij het hotel niet konden verlaten. Ik dacht: achter het hotel is water, daar kun je natuurlijk inspringen, maar toch… Later bleek daar nog wel een uitgang te zijn. Ik maakte me nogal zorgen. Toen ben ik nog helemaal terug gelopen naar de andere zijkant van het hotel of ze daar wegkwamen. In het begin dacht ik alleen maar: als ze wegkomen, kunnen we ze nog even in elkaar rossen. Met die knuppels. Toen we de vlammen al uit de eerste verdieping zagen slaan, dachten we: dat wordt niks, die mensen gaan allemaal dood daarbinnen.”

Barend maakte het als volgt mee: “Alle ruiten liggen er al uit. Je ziet de zaal al vol rook, kijkt naar binnen, achterin lopen nog wat schimmen. Maar het gooien van rookbommen houdt niet op. Zulke kanonnen gaan er naar binnen. In de paniek – of is het enthousiasme? – wil iedereen zijn spullen kwijt. Je denkt: zo is het wel genoeg. Maar je gaat op in de stroom en kunt niks meer uitbrengen. Je schreeuw vervaagt. En dan: witte rook wordt zwarte rook. Opeens knettert er
vuur. Ik ruk mijn helm van mijn hoofd, gooi mijn knuppel weg en begin te rennen: hier wil ik niks meer mee te maken hebben.” Paniek is altijd angst voor de moord: de moord die op jou gepleegd kan worden of de moord die je zelf begaat. De groep aanvallers gedroeg zich als een klassieke hetzemassa. Canetti zegt daarover: “De hetzemassa vormt zich met het oog op een snel bereikbaar doel. Dit is haar bekend en nauwkeurig omlijnd, het is ook dichtbij. Ze is op doden uit en weet wie ze wil doden. Een belangrijke reden voor het snelle aangroeien van de hetzemassa is de ongevaarlijkheid van de handeling. Er is geen enkel gevaar aan verbonden, want de superioriteit aan de kant van de massa is enorm.”
De wachtende massa van Utrecht was niet uit op moord, men was zich aan het voorbereiden op een konfrontatie met schimmen. Hoeveel, hoe sterk, allemaal onduidelijk. Maar toen de voorste groep zich op de Lingedijk formeerde, had ze nog maar oog voor ÇÇn doel: “In de auto hadden we het de hele tijd al gehad over fascistische knokploegen, die hadden we verwacht. Daarom waren we allemaal heel erg opgefokt en we wilden de fascisten raken. Iedereen was in the mood for killing. Er was alleen niemand om mee te knokken, niemand liet zich zien.” (Kasper). Toen ze dicht bij het hotel kwamen (en ze parkeerden hun auto’s ook zo dicht mogelijk bij het gebouw), en men in een grote meerderheid bleek te zijn, was er geen enkele rem meer waarom de groep zich niet zou omvormen tot hetzemassa. De mensen hadden zich wel gekoncentreerd op hun individuele angst te worden geslagen en hun verlangen terug te slaan, maar niet op de kollektieve ervaring die hen te wachten stond. Terwijl ze zelf als reâle massa in de aanval zouden gaan, draaide hun gedachten rond de imaginaire massa die hen stond op te wachten. Met leren jassen en helmen hadden ze het lichaam beschermd, maar onbeschermd gingen ze de massa in die ze zelf zouden vormen. Alle bij eerdere akties opgedane massa-ervaringen waren vergeten. Voor de groep op de dijk bestond geen gevaar, ze bleek veel sterker dan wat ze aanviel. Het gevaar school in de massa zelf, als individuen schrokken ze plotseling terug voor de daad die de massa pleegde. De massa was eerst nog onschuldig, een witte massa. Toen de rook zwart werd, kwam de omslag: de schuld verspreidde zich over de massa, zij werd zwart. Die schuld was de paniek: het besef verantwoordelijk te zijn voor de moord maakte van de massa een groep individuen die alleen maar weg wilden komen van de plaats des onheils. En zij konden ook wegkomen, want hun auto’s waren vrij en binnen handbereik. Zij ontkwamen dan ook allemaal, als individuen. Ernst: “Ik kon mijn busje niet terugvinden omdat ze allemaal bij dezelfde firma waren gehuurd en mijn chauffeur zo snugger was geweest een bivakmuts op te zetten. Toen werd ik zomaar een busje in getrokken en weg waren we.” Kasper: “We wilden het vege lijf redden, handschoenen gooiden we weg, mutsen af en terug naar de auto. De andere mensen heb ik niet meer gezien toen. We hoorden allemaal sirenes en de politieauto kwam weer langs en probeerde op ons in te rijden, maar toen gooiden mensen stenen in de richting van het vehikel. In de auto hebben we onze zwarte kleren uitgedaan, dat was al te opvallend en toen meteen de radio aan om te luisteren. Zo zijn we naar huis geraced. Iedere keer dat er weer een afslag bijkwam voelde ik me meer gerust, want we maakten ons ontzettend zorgen. Ik tenminste, over wat er met die mensen in het pand was gebeurd, baby’s dacht ik aan die boven lagen te slapen in het hotel.”

Voor de groep die achter de aanvalsgroep kwam, de demonstranten, zag de zaak er heel anders uit. Harry: “We waren verdwaald onderweg. Toen we in Kedichem aankwamen, hebben we de bus in het dorp geparkeerd en zijn de dijk opgeklommen. Ik loop in de richting van het hotel. Dat begint steeds harder te roken, hoe verder je kwam hoe meer rook. Dat is van een afstand wel een mooi gezicht hoor. Maar ik had geen idee wat daar gaande was. Ik had gedacht dat het een of andere bezetting zou worden, dat je naar binnen gaat en die CP’ers ontmaskert. We kwamen eigenlijk veel te laat voor de aktie. Toen de vlammen er aan alle kanten uitsloegen klonk er ‘Terug naar de auto’s!’. Ik liep nog naar voren terwijl anderen al naar achteren renden. Mensen riepen ‘Rustig aan, rustig aan!’.” Betty: “Ik zat midden in de autostoet. Ik had het idee dat het een demonstratie was. Op een gegeven moment stopten we en liepen naar het hotel. Toen hoorde ik allemaal glasgerinkel, ik zag rook enzo. Maar ik ben niet dichtbij geweest. Plotseling begon iedereen terug te rennen: wegwezen! Ik zag nog een smerisauto kriskras door alles heenrijden, die wist ook niet wat hij deed. Terug bij de auto hebben we eerst gewacht tot de anderen er ook waren. Op de dijk keerde de auto toen om, dat ging heel chaotisch. Alle auto’s reden dwars door elkaar, je kon helemaal niet wegkomen. Het was wel heavy, in de verte zag je al die rookwolken, is wel mooi hoor. Ik dacht, je komt hier nooit weg op die dijk, er waren geen zijwegen. Terug vond ik stom, rechtdoor was slimmer, maar bijna iedereen keerde om.” De demonstranten die de hele dag hadden zitten wachten werden aanvankelijk sterk aangetrokken door het vuur waarvoor de aanvallers op de vlucht waren gegaan. Zij waren nog niet als massa tot ontlading gekomen, ze hadden nog niet dat punt bereikt waarop ieder individu in de massa zich de gelijke voelt van alle anderen. Toen ze voortijdig te horen kregen dat voor hen het feest niet door zou gaan, moesten zij zich omkeren, maar formeerden zij zich, tegen ieder gezond verstand in, tot een vluchtmassa die per definitie het vuur in de rug heeft. Alleen als vluchtmassa hadden ze nog de mogelijkheid om de begeerde ontlading te ervaren. Ook was het zo, dat het formeren van een vluchtmassa voor hen de enige mogelijkheid was om een paniek te bezweren waar ze deel van waren, maar die ze niet begrepen. En met die paniek hadden ze te maken (al wisten ze niets van een moord): “De aanrollende golf die het gebouw dreigde te verpletteren, keert opeens om. Op de dijk is het een wirwar van busjes die proberen te keren.  Mensen staan te gebaren en te schreeuwen. Twee busjes botsen tegen elkaar. Een busje dat nog leeg is zegt tegen twee vluchtenden dat ze naar hun eigen busje moeten zoeken: jullie horen hier niet. Inmiddels zijn een aantal dorpsbewoners opgehouden met staren: ze komen in beweging en gaan op mensen van ons af. Een paar van ons krijgen rake klappen, maar er wordt niet gereageerd: het is ieder voor zich.” (Barend). Maar niet alleen de paniek bepaalde het gedrag van de vluchtende demonstranten. Harry: “Onze auto wilde niet starten, dat ook al niet. Wij die auto aanduwen. We werden ondertussen lastig gevallen door gasten uit het dorp die aanstekers bij de benzinetank gingen houden. Ze riepen: ‘Wat hebben jullie gedaan! In de fik gestoken!’. En dat terwijl wij als laatste daar aan waren gekomen. Het was ook maar een slag in de ruimte dat wij dat gedaan hadden.” Het feit dat de luchtmassa zich niet schuldig voelde voor het vuur waarvoor ze moest maken dat ze weg was, werd haar fataal: het leidde tot een wederkeer van de inertie die de wachtende massa in Utrecht had verdoofd. Na het chaotische keren reed de stoet auto’s terug richting Leerdam. Maar “op een gegeven moment kwam een smeris die dwars over de weg ging staan, we moesten allemaal stoppen. Niemand wist wat er aan de hand was. Er stonden nog een heleboel auto’s voor ons. Toen gingen we maar allemaal uitstappen. We hebben daar toen wel een uur gestaan. Van voor en achter waren we ingesloten. Als je wilde kon je nog wel weglopen de weilanden in, maar ik dacht, we zitten hier in the middle of nowhere.” (Betty) Alle mensen uit de auto’s werden gearresteerd en in een arrestantenbus naar Leerdam afgevoerd. Verzet was er niet. De busjes bleven achter op de dijk en werden later door de politie weggesleept naar de binnenplaats van het buro te Leerdam. Een iemand die in het riet langs de rivier was weggekropen en daar tot 9 uur ’s avonds was blijven zitten, wist weg te komen door zich aan te sluiten bij een groepje Turkse jongens die op de dijk liepen te voetballen. Alle anderen die het station van Leerdam wisten te bereiken werden daar op aanwijzing van dorpsbewoners uit Kedichem gearresteerd. Harry werd al in Kedichem zelf opgepakt: “We renden achter de auto die we aanduwden, de politie komt de dijk af. Op het moment dat de smeris 2 meter van ons af is slaat die motor aan. De smeris pakt ons en die buurtbewoners die zich ermee bemoeiden pakken ook nog iemand. Het was wel geinig: die auto
reed weg en wij waren gepakt als eerste.” De politiewagen waarin ze met z’n drieân geboeid werden opgesloten, blokkeerde de dijk toen de brandweer kwam. De auto moest naar de kant worden geduwd, waardoor de brandweer minuten later bij het hotel arriveerde dat toen al in lichterlaaie stond. Over de politieradio hoorden ze dat van een vrouw een been geamputeerd zou moeten worden, van wie werd niet verteld. Het kamerlid voor de CP Janmaat, die de vergadering belegd had, vertelde over het been aan een periodiek: “Ik vluchtte met mijn sekretaresse, mevr. Corselius-Schuurman, en een aantal anderen naar boven. Uit het raam zagen we de vlammen al, en onze mensen die 5 meter lager naar buiten vluchtten. Binnen 3 minuten stond alles in brand, de trap ook. We hebben lakens aan elkaar geknoopt. Ik klom daarlangs als eerste naar buiten, om te kijken of het ging. De lakens waren te kort, ik moest springen. Na mij kwam mijn sekretaresse. Maar zij slingerde aan die lakens dwars door een grote ruit en smakte op de grond. Ze bloedde vreselijk, ik heb nog geprobeerd te helpen maar later moest haar been worden geamputeerd. Vreselijk, een ramp. Ik zal in ditzelfde pak dat onder het bloed zit, in de Tweede Kamer vragen stellen: waarom werden onze mensen niet beschermd tegen dat schorum?” Voor de arrestanten, waarvan de meesten 4 dagen zouden zitten en waarvan uiteindelijk slechts enkelen veroordeeld zouden worden tot 3 maanden gevangenistraf, was het niet mogelijk hun kleding aan te houden: nadat ze eerst al hun helmen en mutsen hadden weggegooid, werd hen op het politieburo te Leerdam ook al hun andere kledij ontnomen voor laboratorium-onderzoek naar bezinesporen. Harry zou zelfs zijn kleding niet meer terug krijgen, hij eindigde 10 dagen later in zijn onderbroek op straat in Dordrecht. Allen die uiteindelijk niet veroordeeld zouden worden, kregen een vergoeding van fl. 150,- per dag toegewezen, met voor de eerste twee dagen fl 200,- per dag. Dat kon oplopen tot een bedrag van fl 4000,-. De groep aanvallers keerde ongedeerd terug op de thuisbasis: “Met de groep zijn we naar het kraakkafe teruggereden. We zijn geen politie tegengekomen en we hadden ook geen pilsjes meer. Terug in het kafe hoorden we dat er niemand dood was, dat er een vrouw was gewond en daar moesten we hard om lachen. We hoorden ook van de 72 arrestanten en dat vonden we allemaal heel shit.” (Kasper) De aanvalsgroep kwam thuis direkt over de paniek heen: de moord was niet op mensen
gepleegd, maar op een been. De opluchting daarover uitte zich in geschater. Ronald, die was teruggekeerd naar een ander kraakkafe: “Wij hebben het half-zesjournaal aangezet en toen hoorden we pas dat er zoveel arrestanten en een aantal zwaar gewonden waren. Pas toen kwam de echte domper. Maar ja, je zit wel te diskussiâren of het nou zo’n
slimme aktie was, maar het was wel onwijs kicken om zo’n hotel te zien affikken.” Op datzelfde moment kwam er een persverklaring in het nieuws van de “Radikale Anti-Fascisten” (RAF), die suggereren dat zij dat de zaak hebben georganiseerd. De zinsnede hieruit “dat de gebeurtenissen in Kedichem voor herhaling vatbaar zijn” werd ogenblikkelijk en door iedereen verbonden met Het Been. De interpretatie was dus, dat men niet zou terugschrikken opnieuw zwaargewonden te maken bij de strijd tegen het fascisme. Het schokkende aan deze verklaring was dat de
‘organisatoren’ niet terugschrokken voor het erkennen van ‘de moord’ en daarmee suggereerden dat zij de paniek vooraf gepland hadden. En dat terwijl het gros van de aktievoerders, eenmaal thuis, zich nu juist inspanden om door het napraten over effekt en strategie, de paniek van de aktie in zichzelf te elimineren. Ronald dook direkt de politiek in, eerst bij het organiseren van advokaten voor de arrestanten en een dag later in persgroep die gevormd werd “omdat iedereen de verklaring van de RAF niet zag zitten. Na die persverklaring hebben we die top, de organisatoren niet meer gezien. We wilden proberen te redden wat er te redden viel.” Het eerste doel van de persgroep was om Het Been, dat een eigen leven was gaan leiden in de media, uit de aandacht te halen. “Op een aktualiteitenrubriek was gelijk een interview met dat mens, in bed, zonder been. En die hoteleigenaar ging ook vreselijk tekeer. Ons doel was uit te leggen dat het niet de bedoeling was geweest dat een been geamputeerd moest worden. Daarnaast wilden we onze eigen argumenten naar buiten brengen waarom we die aktie gedaan hadden en subtiel daarin verwerken dat we kritiek hadden op hoe het gegaan was.” Ook de persgroep gaf een verklaring uit, ondertekend met “De aktievoerders van 29 maart” waarin stond: “We hebben de fascisten letterlijk uitgerookt. Dat hotel Cosmopolite daarbij in vlammen opging, was geen opzet. Als er ook niet-fascisten zouden zijn verwond, betreuren wij dat.” En zo werd de kick en de paniek uit het Kedichem-verhaal weggeschreven. Maar terwijl in het verhaal voor de grote media geen paniek meer voorkwam, werd er in de eigen media expliciet een schuldige voor aangewezen. Die was snel gevonden, want de RAF had zelf al geklaimd dat zij de paniek in de planning hadden opgenomen. Barend schrijft over de woordvoerder van de RAF: “Ik vind hem een ontzettende smeerlap. Maar ik wil hem niet als enige schuldige aanwijzen. Tenslotte zijn we ook samen verantwoordelijk.” En hij vervolgt over de RAF: “Het zijn mensen die met een heel klein groepje beslissen dat Nederland rijp is voor terreuraanslagen, maar te laf zijn om ze zelf uit te voeren. Mensen die over de ruggen van anderen terroristje aan het spelen zijn, mogen van mij worden afgebrand.” Maar, besluit hij: “Wij hebben veel belangrijkere dingen aan ons hoofd. We zullen moeten leren met elkaar te diskussiâren en te organiseren, want anders wordt de beweging straks weer geregeerd door geniale gekken.” In de analyse die Barend geeft van de verhouding tussen individu en massa, wordt het individu onschuldig verklaard aan de daden van de massa. Hij ziet de massa van Utrecht en Kedichem als slachtoffer van degenen die wel wisten hoe massa’s reageren en hoe ze te dirigeren zijn. Om het optreden van dit soort kwade leiders te voorkomen, stelt hij voor een eigen, goede massa te formeren, die door diskussie en demokratie in staat is om slinkse leiders te weerstaan. Het zoeken naar een paniekvrije aktievorm roept het verlangen op naar een organisatie van massale akties waarin onvoorziene toestanden kunnen worden uitgesloten. De disciplinering van de aktievoerder die hiervoor nodig is, was evenwel radikaal in tegenspraak met de in ’86 nog gekoesterde regel dat alleen akties die spontaan, chaotisch en zonder starre organisatievorm worden gedaan, tot de meest bizarre en aanstekelijke inbraken en overvallen leiden, zonder daarbij in terrorisme te vervallen. Overigens spreekt uit Barend’s typering “geniale gekken” wel degelijk respekt voor deze leiders. Maar de vraag waarom de massa van Utrecht de macht aan hen heeft gedelegeerd, stelt hij niet. Waarom lieten zij zich verleiden tot inertie? En waarom liet de aanvalsgroep zich zo opfokken dat zij tot moord bereid waren? Barend omzeilt deze vragen door direkt over “het perspektief van de beweging” te gaan praten; aangezien hij niet in staat is om in andere dan organisatorische
termen een eigen massa voor te toveren, komt hij niet verder dan het opnieuw taboe verklaren van de paniek.

Juist het feit dat de aktievoerders in Kedichem in paniek raakten, bewijst dat zijzelf geen fascistische horde waren. Er bestaat geen paniek in het fascisme. Fascistische knokploegen of ambtenaren schrokken nooit terug voor een moord. Het plannen van de paniek door de kopgroep was ingegeven door de inschatting dat zij daardoor zelf snel zouden kunnen wegkomen. Dat zou hen het verwijt kunnen opleveren dat zij een terroristische inslag hebben, welk verwijt Barend hen dan ook maakte. Maar terroristen hebben een massa helemaal niet nodig om te kunnen opereren, dat begrip werd enkel ingebracht om deze groep een volgende keer te kunnen uitsluiten. Het enige dat de organisatoren verweten kon worden, was dat zij kennis bezaten over wat massa’s zijn en hoe zij funktioneren, en die kennis ook toepasten nadat zij van begin af aan de organisatie in handen hadden genomen. Het dilemma van Barend was dat, wanneer men de aktietraditie van de jaren ’80 aksepteerde, het onmogelijk was om groepen uit te sluiten bij akties: dat is alleen mogelijk binnen een kontinue organisatie die bereid is ordediensten en mentaliteitspolitie in te stellen. Een
beweging die niet wil verdwijnen, ziet zichzelf op een gegeven moment onvermijdelijk verplicht op te gaan in zo’n vereniging. Al degenen die zich, met of zonder heimelijke binnenpret, distantiâerden van de RAF en daarmee vasthielden aan de eigen story van het massale aktievoeren als spontaan en chaotisch gebeuren binnen een ongeorganiseerde struktuur, ontzegden zich de mogelijkheid om hun strategische aktiekennis in te vullen met inzichten over hoe massa’s funktioneren. Maar juist daardoor bleven ze in staat ook bij volgende gelegenheden onbeschermd” in een massa-ervaring terecht te komen. Aktieve vergeetachtigheid is het aura dat de radikale naãviteit voor alle gevaren behoedt.

De zonen van de eigenaar van hotel Cosmopolite verklaarden achteraf aan een krant: “Twee jaar geleden hebben we ook al een brand gehad in onze zaak voor woninginrichting in Leerdam. Die is nu bijna weer klaar. We zijn bezig met het laatste gedeelte. We dachten het dan wat rustiger aan te kunnen doen. Maar dat wordt je niet gegund door die brand in Kedichem. Dat komt nu heel rauw op je dak. Voor mijn broer en mij is het alleen maar een materiâle schade van 2 ton. Voor mijn vader grijpt dit veel dieper. Hij voelt het als een aanslag op zijn leven.” Twee maanden na deze aanslag in het paasweekend van de 29ste maart vond de beweging in de zaak Kedichem z’n afsluiting: “De 62-jarige igenaar P. In den Eng had volgens de politie een tweedehands laadschop aangeschaft om zelf de sloop van hotel Cosmopolite ter hand te nemen. Al eerder was de voorgevel wegens instortingsgevaar door de gemeente neergehaald, en de eigenaar wilde zaterdag in z’n eentje de restanten verwijderen. Omdat de sloopmachine niet wilde starten, had
hij tussen het rechter voor- en achterwiel een trapje gezet met een losse akku, waarvan hij de draden met de startmotor binnenin de laadbak moest verbinden. Direkt nadat de verbinding tot stand was gebracht, zette de zware laadschop – waarvan de laadbak wel een paar ton kan houden – zich onverwacht in beweging. In den Eng, die zijn weg oor het trapje versperd zag, kon geen kant op en werd in zijn volle lengte overreden. Hij was op slag dood. De machine stak, een dranghek meesleurend, de dijk over, boorde een ijzeren staaf dwars door een ruit aan de overkant en kwam toen dankzij een veiligheidssysteem tot stilstand.”

Bron: http://www.thing.desk.nl/bilwet/bilwet/Bewegingsleer/6

AIVD waarschuwt voor de Antifascistische Actie (AFA) (II)

08/02/2010

De NOS-uitzending van maandag 8 februari 2010 over het AFA-geweld:

AIVD waarschuwt voor de Antifascistische Actie (AFA)

08/02/2010

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) waarschuwt voor de Antifascistische Actie (AFA). Hieronder de integrale tekst (bron: https://www.aivd.nl/actueel/nieuw-op-de-site/aivd-informeert)

Inleiding
De AIVD constateert dat de Antifascistische Actie (AFA) in het verwezenlijken van haar doelstellingen gebruik maakt van valse voorwendselen en oneigenlijke middelen. AFA benadert regelmatig dikwijls in de meer neutrale hoedanigheid van een antidiscriminatiebureau het lokaal bestuur, met als doel te voorkomen dat in hun ogen ‘fascistische’ groeperingen de mogelijkheid krijgen om hun doelstellingen en activiteiten lokaal en nationaal te verwezenlijken.
De werkwijze van AFA kan zich richten op iedere gemeente die op enigerlei wijze ruimte biedt aan activiteiten van, naar inzicht van AFA, rechtse bewegingen. AFA past deze werkwijze ook toe in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, hetgeen aanleiding is u nader te informeren over de door de AIVD geconstateerde ontwikkelingen met betrekking tot de werkwijze van AFA.

Geschiedenis en ontwikkeling AFA
AFA is opgericht in 1992 en heeft verschillende lokale afdelingen. De meeste van deze afdelingen worden via een landelijk secretariaat aangestuurd, sommige acteren autonoom. In de bij haar oprichting uitgebrachte persverklaring stelde AFA zich nadrukkelijk ten doel om manifestaties van ‘fascisten’ te voorkomen. Hiertoe wilde zij de confrontatie aangaan en zonodig verhinderen dat dergelijke manifestaties plaatsvonden. Waar de antifascistische beweging begon als een groep puur gewelddadige actievoerders, van wie een zekere dreiging uitging (zoals grootschalige verstoring van de openbare orde), groeide zij de laatste twee decennia uit tot een meer politieke lobbygroep. Gebruik van geweld, in eerste instantie tegen de rechtse tegenstander maar daarnaast zeker ook tegen de politie, bleef echter volgens AFA geoorloofd.
AFA verrichtte de laatste jaren steeds meer lobbywerk naar, onder meer, het lokaal bestuur. Daarbij wordt bijvoorbeeld gewaarschuwd voor grote schade die kan ontstaan bij manifestaties van extreemrechts. Ook slaagt AFA er frequent in te infiltreren in extreemrechtse groeperingen. Sinds 2000 tracht AFA in toenemende mate elke rechtse activiteit in willekeurig welke gemeente te verhinderen. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen rechtsextremistische groeperingen die het gebruik van geweld niet schuwen en (extreem)rechtse partijen die zich beperken tot het gebruik van politieke middelen.

Werkwijze AFA
Beïnvloeding
AFA gebruikt verschillende methoden om haar doel te realiseren. Zij doet zich in haar contacten met gemeenteambtenaren en (lokale) politici vaak voor als één van de vele antidiscriminatiebureaus. In die hoedanigheid biedt zij haar expertise aan. Met name wanneer (extreem)rechtse partijen en groeperingen een demonstratie aanmelden, komt AFA in actie en benadert zij het betreffende lokaal bestuur, alsmede de zaaleigenaren in de (buurt)gemeenten. De AIVD constateert dat de AFA bij haar activiteiten gebruik maakt van oneigenlijke middelen. Woordvoerders van AFA treden hun gesprekspartners niet onder eigen naam tegemoet. AFA richt zich tot zaaleigenaren om hen te bewegen, onder verwijzing naar te verwachten schade, geen contract af te sluiten met (extreem)rechtse groeperingen. Ook tracht zij op oneigenlijke wijze invloed uit te oefenen op lokaal beleid; eveneens onder alias. Zo worden gemeenten aangeschreven met verwijzingen naar eventuele grote materiële schade door toedoen van extreemrechts, wanneer de gemeente een demonstratie van extreemrechts toestaat. In sommige gevallen heeft dit geleid tot annulering van een demonstratie, die vervolgens met succes bij de rechter werd aangevochten door bijvoorbeeld de Nederlandse Volksunie (NVU). Wanneer de manifestaties wel doorgang vinden, wordt de materiële schade doorgaans veroorzaakt door antifascisten en hun sympathisanten zelf, en niet door rechtse demonstranten. De AIVD heeft in diverse gevallen geconstateerd dat lokale bestuurders door AFA zijn benaderd om aan AFA bruikbare informatie te leveren over activiteiten van rechtse groepen en partijen. Dit gebeurde met de waarschuwing voor mogelijke ernstige verstoringen van de openbare orde door rechtse groeperingen. In één geval verschafte een door AFA benaderde, geïntimideerde, persoon diverse data waaronder persoonsgegevens aan AFA. Deze, gedeeltelijk dus ook vertrouwelijke, informatie werd vervolgens door AFA breed verspreid. Dit heeft in het verleden geleid tot fysiek geweld tegen personen die volgens AFA extreemrechts zijn. Daarnaast tracht AFA in relatie tot verkiezingen zeer vroegtijdig in het bezit te komen van kandidatenlijsten en persoonsgegevens van kandidaten. Zij doen dit via contactpersonen binnen partijen. Deze data worden in sommige gevallen gebruikt in eigen onderzoek van AFA naar, deels vermeende, rechtsextremisten. Daarbij is het gebeurd dat individuen ten onrechte werden neergezet als rechtsextremist en als zodanig werden geschaad.

Tegendemonstraties van AFA
Acties van AFA kunnen ook een meer gewelddadige vorm aannemen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij demonstraties tegen de in hun ogen rechtse tegenstander, zoals de extreemrechtse NVU, of de ter plaatse optredende Mobiele Eenheid. De werkwijze van AFA volgt hierbij meestal een vast patroon. Tot 2009 meldde AFA in dezelfde gemeente een eigen tegendemonstratie aan, met als doel een demonstratie van de NVU te verstoren. Sinds 2009 worden deze acties georganiseerd door een AFAwerkgroep met de naam Laat Ze Niet Lopen (LZNL). Deze tegendemonstraties worden doorgaans geaccepteerd. De NVU demonstreert en AFA roept elke linkse demonstrant op om het politiekordon te doorbreken, om zo te trachten een (gewelddadige) confrontatie met de NVU aan te gaan. Dit mislukt in de meeste gevallen, waarna het vaak tot een harde confrontatie komt tussen antifascisten en de Mobiele Eenheid. Voorbeelden waren in 2009 Maastricht (anti-Voorpost manifestatie) en in Venlo (anti-NVUbetoging). In de loop van 2009 heeft AFA haar werkwijze met betrekking tot tegendemonstraties verder ontwikkeld. AFA meldt niet langer al haar tegendemonstraties aan. Bovendien speelt de AFA-activist tijdens acties nu meer een aansturende rol dan een deelnemende. Leden van de AFA werkgroep LZNL zijn door infiltratie vaak vroegtijdig op de hoogte van plaats en datum van demonstraties. LZNL zoekt vervolgens lokaal hulp en benadert groepen die te mobiliseren zijn om tegen rechts te demonstreren. Dit kunnen bijvoorbeeld de plaatselijke moskee, Marokkaanse verenigingen of voetbalhooligans met linkse sympathieën zijn. Ook de werkwijze op straat is veranderd: deelnemers verschijnen nu in kleine groepjes en in nette kleding. Deze groepen trachten door middel van hit-en- runacties bij de tegenstanders te komen of door het blokkeren van de route hun demonstratie te verhinderen. Deze nieuwe werkwijze is vorig jaar uitgeprobeerd in Den Bosch, Maastricht en Venlo.

WOB
Via de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) vragen AFA-vertegenwoordigers allerlei voor hen nuttige informatie op. Recent zijn nieuwe WOB-voorschriften opgesteld waarbij bijvoorbeeld een overschrijding van de beantwoordingstermijn financiële consequenties heeft voor de aangeschrevene. Niet uitgesloten kan worden dat deze regelgeving, bijvoorbeeld als extra inkomstenbron, door AFA wordt aangegrepen om nog meer verzoeken in te dienen.

Gemeenteraadsverkiezingen 2010.
In 2009 is binnen AFA een werkgroep opgericht, die het doel heeft om de plannen van de PVV in kaart te brengen met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen. Inmiddels hebben diverse manifestaties van antifascisten en geestverwanten plaatsgevonden. De eerste hiervan was een lawaaidemonstratie in Waddinxveen (februari 2009) waar PVV-leider Wilders zijn opwachting maakte. Begin november 2009 trok een fakkeloptocht in Arnhem ongeveer tweehonderd deelnemers. Naast (veelal jonge) antifascisten namen daaraan ook oudere verontruste burgers en allochtone Nederlanders deel. De manifestatie werd door de organisatoren (AFA) als een groot succes beoordeeld en gaf aanleiding om de samenwerking met lokale groeperingen en individuen vaker te zoeken in relatie tot de gemeenteraadsverkiezingen. De AIVD heeft aanwijzingen dat AFA in de aanloop naar de verkiezingen meer van dit soort acties voorbereidt, waarbij zij zich naast de PVV ook richt op partijen als NVU, Trots op Nederland en de Partij Vrij Utrecht van Wim Vreeswijk.
Op zich is een en ander geoorloofd. AFA beschikt echter over een harde kern die geweld niet schuwt, en het valt niet uit te sluiten dat één of meer van de bijeenkomsten van deze partijen zal ontaarden in verstoringen van de openbare orde. De intensiteit van de acties zal mogelijk toenemen met het naderbij komen van de verkiezingen. Een onberekenbare factor is de deelname van allerlei lokale actievoerders aan de AFA-manifestaties. In het verleden heeft dit escalerend gewerkt.

Conclusie
AFA is volgens de AIVD geen antidiscriminatie- of onderzoeksbureau, maar veeleer een actiegroep die in het realiseren van haar doelstellingen soms op oneigenlijke wijze lokale bestuurders benadert. Daarnaast wordt geweld tegen in hun ogen extreemrechts en/of ordebewaarders niet geschuwd. De AIVD zal, zoals altijd, waar mogelijk de lokale autoriteiten middels de RID vroegtijdig op de hoogte brengen van de te verwachten ontwikkelingen.

Jeroen Hanenbergh eist beelden NVU-demo op

07/02/2010
De Utrechtse linkstrextremist Jeroen Hanenbergh (KAFKA/AFA/KURF/BIC) die samen met Hans van Drunen (FOK/KAFKA) extreemrechts in Nederland in kaart wil brengen vroeg de politie met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) om een cd-rom die van de demonstratie van de Nederlandse Volksunie (NVU) is gehouden op 7 april 2007 te Oss gemaakt is. De korpsbeheerder weigerde omdat op de demonstranten is ingezoomd waardoor ze herkenbaar zijn. Openbaarmaking zou in strijd zijn met de privacy van de deelnemers. Zoals gebruikelijk na dergelijke afwijzingen ging het duistere tweetal in hoger beroep. De Raad van State geeft de politie Noord-Brabant nu de opdracht om uit te leggen waarom zij de beelden niet openbaar willen maken.

De politie heeft groot gelijk door de beelden te weigeren. Al eerder zijn foto’s uit politieregisters verschenen in het antifascistisch roddelblad Alert. Met enige regelmaat worden vermeende rechtsextremisten bedreigt door mensen uit antifasistische hoek. Jeroen Hanenbergh heeft een zeer dubieuze belangstelling. Zo is voert hij thans met zijn woonplaatsgenoot Hans van Drunen menig WOB-procedure om gegevens van politiekorpsen te krijgen over verlofhouders (wapenverloven). Daarnaast is Hanenbergh actief geweest voor het Baskisch Informatiecentrum (BIC) om te ‘informeren’ over de Baskische strijd (die tot op heden ruim 800 mensenlevens heeft gekost). Jeroen Hanenbergh gebruikt ook regelmatig de naam Jeroen Bosch of Marc de Waard. Een gebrek aan openheid is niet ongebruikelijk in linksextremistische kringen.