Archive for november, 2010

AIVD: AFA en KAFKA cultiveren dreigingsbeeld extreemrechts

02/11/2010

De AID heeft een een recent rapport weer gerefereerd aan de ‘links-extremistische’ organisaties AFA en KAFKA. Daarin stelt de dienst dat de genoemde organisaties de omvang van hun tegenstanders overdrijven en dat ze hieraan hun bestaansrecht ontlenen.
Opgemerkt dient te worden dat inlichtingen dienst AFA en KAFKA wederom bestempeld als extremistisch. De AIVD verstaat onder extremisme: “Er is sprake van extremisme wanneer het uiterste wordt nagestreefd of aanvaardbaar wordt geacht en daarbij de kaders van de democratische rechtsorde worden overschreden. Beperkingen die de wet en/of de democratische rechtsorde opleggen, worden als niet-bindend beschouwd en bewust gepasseerd. Voorbeelden zijn het toejuichen of zelf toepassen van geweld en het systematisch zaaien van haat.”  Daar kunnen Job Polak (AFA) en Hans van Drunen (KAFKA) kennis van nemen.

Over de Anti-Fascistische Aktie (AFA) en het Kollektief Anti-Fascistisch en Kapitalistisch Archief (KAFKA) schijft  de AIVD het volgende: “De dreiging die aan extreemrechts en rechts-extremisme wordt toegeschreven is vaak groter dan deze op basis van de resultaten van onderzoek van de AIVD blijkt te zijn. Deze veronderstelde dreiging berust op beeldvorming. Het beeld sluit aan bij, en is gebouwd op de breed gedragen maatschappelijke antipathie tegen extreemrechts en rechts-extremisme. Overigens dragen extreemrechtse personen en rechts-extremisten met hun uiterlijke verschijningsvormen, bedoeld of onbedoeld, zelf bij aan deze beeldvorming. Doordat de veronderstelde dreiging vervolgens in brede kring ervaren wordt als de feitelijke dreiging, ontstaat een welhaast mythisch beeld.

De links-extremistische opponenten AFA en KAFKA hebben een rol in het ontstaan van de beeldvorming rondom extreemrechts en rechts-extremisme. Ze ontlenen hun bestaansrecht aan de dreiging die hiervan kan uitgaan en cultiveren het beeld dat deze groot is en groeit. AFA tracht elke rechtse activiteit te verhinderen door lobbywerk bij bijvoorbeeld gemeenten. Politici en bestuurders lopen het risico zich in hun afwegingen te laten leiden door een onjuiste schets van de situatie. Hierdoor kan er sprake zijn van een overreactie. Bij de veronderstelde dreiging gaat het om emoties, gevoelens en beelden. Hierbij worden de termen die de AIVD consequent uit elkaar houdt, door elkaar en als onderling inwisselbaar gebruikt: ‘het zijn allemaal fascisten’. Door terminologie zorgvuldig toe te passen en groeperingen van elkaar te onderscheiden ontstaat een genuanceerder beeld. Dan wordt duidelijk dat het niet gaat om een hecht georganiseerde en aangestuurde beweging die vanuit een gedeelde ideologie op niets ontziende wijze met geweld te werk gaat. Zo wordt het mogelijk om tot een reële inschatting te komen van de aard, ernst en omvang van de dreiging.“.

Advertenties